Update boek Camille Claudel statuaire en de expositie van Rodin in Groningen

Afgelopen voorjaar en zomer heb ik veel progressie gemaakt met de biografie Camille Claudel statuaire. Toen ik eind april 2016 de draad weer op kon pakken, ben ik van vooraf aan begonnen met het doorlezen, aanvullen en omgooien van de tekst. In eerste instantie waren er vier hoofdstukken, dit heb ik aangepast. Er komen nu zes hoofdstukken plus een voorwoord, proloog, epiloog, brief aan Camille en 8 bijlagen, naast schitterende foto’s, een uitgebreide literatuurlijst en meer dan 1200 eindnoten.

inhoud-camille-claudel-statuaire

Verdiept in de wereld van Camille heb ik tot begin september niets anders gedaan dan schrijven en herschrijven, onderzoeken en in het juiste perspectief plaatsen van alle gegevens. En toen moest ik stoppen want het collegeseizoen ging van start. Het eind van mijn boek was in zicht want ik had het vijfde hoofdstuk bijna afgerond. Aanvankelijk dacht ik nog het lesgeven en schrijven te kunnen combineren, maar helaas. Zeven colleges per week vragen, naast het doceren, ook voorbereiding en reistijd om overal heen te rijden. En weer belandde ik in de spagaat tussen doceren en schrijven met als gevolg dat Camille nu weer rustig ligt te wachten totdat ik de draad weer op kan pakken.

Ondertussen nadert het moment dat in Groningen de mega tentoonstelling over Rodin opengaat voor publiek (19 november 2016 – 30 april 2017). Natuurlijk was het geweldig geweest als het boek vanaf het begin van deze expositie leverbaar zou zijn, alleen al om tegenwicht te bieden aan de mythe van Rodin die in Groningen groots wordt uitgedragen. Maar dit is niet het geval. Het boek is nog niet gereed. Net als Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine nog niet open is voor publiek. Samen keken we twee jaar geleden reikhalzend uit naar de 150e geboortedag van Camille, wat een prachtig moment om het boek te lanceren en het museum te openen. Blijkbaar heeft Camille Claudel andere plannen met ons……

mythe-van-rodin

Om toch een tegenwicht te bieden aan de hardnekkige mythe van Rodin heb ik gisteren een artikel geschreven. Veel zinnen zijn geciteerd uit de biografie van Camille en momenteel nog ongepubliceerd, maar het is belangrijk dat Rodin in het juiste perspectief wordt geplaatst. De tekst mag gedeeld worden, maar uitsluitend met naamsvermelding. Het artikel heb ik geplaatst op een nieuw blog: De mythe van Rodin, hoe een kleine man groot werd. Het is tevens de titel van een boek dat ik zal schrijven nadat de biografie van Camille leverbaar is. In mijn onderzoek ben ik heel veel informatie tegengekomen waar geen plaats voor is in Camille’s boek. Toch is het essentieel om deze informatie uit te dragen en daarom kies ik voor een separate publicatie over Rodin. Volgend jaar is het 100 jaar geleden dat Rodin is overleden, een goed moment om aan zijn boek te werken. Ik ben het Camille Claudel en al die anderen die hij heeft gebruikt voor zijn succes verplicht. JUSTICE pour tout!

Kijk op https://mythevanrodin.wordpress.com/ voor het blog over de mythe van Rodin. Volg de bijbehorende facebookpagina https://www.facebook.com/MythevanRodin
En lees vooral het artikel: De mythe van Rodin – korte uiteenzetting.

Le temps remettra tout en place

© Karin Haanappel
13 november 2016

 

 

 

 

Advertenties

Update boek Camille Claudel statuaire, voorjaar 2016

Het is een tijdje stil geweest vanaf mijn kant. En dat is niet voor niets. Vanaf eind augustus 2015 heeft mijn boek Camille Claudel statuaire helaas stilgelegen. Het lukte me niet om naast mijn taak als mantelzorger, mijn eigen gezin en mijn werk als docent kunstgeschiedenis de tijd en de energie te vinden om het boek goed en gedegen af te ronden.

Vanaf eind april zijn de meeste colleges kunstgeschiedenis van dit seizoen afgelopen. Daardoor is er tijd gekomen om mijn document weer te openen, door te lezen en te voltooien. Ik ben heel blij weer aan de slag te kunnen gaan met het levensverhaal van Camille Claudel. Het is ook noodzakelijk om tegenwicht te kunnen bieden aan de mythe van Rodin. Komend najaar opent er een grote tentoonstelling in het Groninger Museum ‘Rodin – Genius at work’. Met ruim 120 beelden en 20 werken op papier is dit de grootste Rodin tentoonstelling ooit in Nederland. (19 november 2016 t/m 30 april 2017)

Uit het persbericht: Auguste Rodin (1840-1917) is de grootste en invloedrijkste beeldhouwer van de moderne tijd. In zijn werk gaat het niet alleen om de geïdealiseerde vormen van het menselijk lichaam, maar ook om het tonen van het maakproces zelf. Rodin – Genius at Work toont gipsen en bronzen beelden, waaronder bekende werken als De Denker en Balzac, marmeren figuren, keramiek en nooit eerder vertoonde foto’s die blijk geven van de creativiteit van de kunstenaar. Ook laat de tentoonstelling het buitengewone werkproces zien achter een aantal van zijn bekendste werken, zoals De Kus. De tentoonstelling over Rodin is samengesteld door Musée Rodin in Parijs en het Museum of Fine Arts in Montreal. 

Rodin-Pygmalion-Galatea-1
Auguste Rodin (1840­-1917), Pygmalion et Galatée (maquette), 1889, Plaster, 43,5 x 27,7 x 31 cm, Paris, Musée Rodin, © musée Rodin. Photo Christian Baraja.

Ik ben benieuwd in hoeverre er aandacht besteed zal worden aan de rol van Camille Claudel in Rodins oeuvre. De mythe van Rodin als vader van de moderne beeldhouwkunst is hardnekkig. Le temps remettra tout en place, ik doe mijn best om mijn boek over Camille Claudel zo snel als mogelijk gereed te hebben.

© Karin Haanappel, 2 mei 2016

 

Buste voor meer dan 1 miljoen euro verkocht bij Sotheby’s, Camille verdiende een schijntje

Woensdagavond 24 juni 2015 vond de Impressionist & Modern Art Evening Sale van Sotheby’s London plaats, lot nummer zeven was een bronzen beeld van Camille Claudel: Buste d’Auguste Rodin, die eigenhandig door Camille in 1897 is voorzien van een caduceus (de magische, met twee slangen omwonden, staf van Hermes – Mercurius, de boodschapper van de goden). De verwachting was dat het beeld tussen de 400.000 en 600.000 Britse ponden zou opbrengen. Boven alle verwachting is het lot nummer gesloten op 821.000 GBP, omgerekend 1.153.420 EUR. Dat is een hoop geld en het is geweldig te constateren dat de werken van Camille Claudel vandaag de dag zoveel opbrengen. Eindelijk krijgt zij de erkenning die zij verdient. Om het geheel in perspectief te plaatsen, is het belangrijk om te bedenken dat de zeer getalenteerde beeldhouwster aan dit beeld amper iets heeft overgehouden.

Buste de Rodin by Camille Claudel 1897

In september 1897 voert Camille Claudel enkele uitgebreide vraaggesprekken met de journalist/schrijver Matthias Morhardt voor zijn omvangrijke artikel Mademoiselle Camille Claudel dat zal verschijnen in de Mercure de France van maart 1898. Morhardt kan tegenwoordig gezien worden als Camille’s eerste biograaf. Hij onderscheidt haar beelden van die van Rodin en schrijft haar vol vuur en passie een bevoorrechte positie toe. Mademoiselle Camille Claudel heeft een Art Nouveau (Nieuwe Kunst) gecreëerd: het is goud dat zij heeft gevonden. Het is goud dat haar toebehoort.

In dezelfde tijd dat de interviews plaatsvinden, krijgt Camille dankzij Morhardt de opdracht van de Mercure de France om een aantal bustes van Rodin in brons te realiseren. Ze laat dit aan Rodin weten in een brief. Monsieur Rodin […] Ik neem de gelegenheid te baat om een beetje over mijn zaken te praten. Onlangs heeft Morhardt tien borstbeelden van u in brons door de Mercure de France bij mij laten bestellen, die voor 300 franc per stuk door de krant zullen woorden verkocht; maar ik krijg daarvoor 280 franc om de bronsgieter te betalen en bovendien het werk van de graveur te doen, dat wil zeggen, de naden weghalen en een caduceus graveren. Ik had deze opdracht aangenomen zonder dat ik me realiseerde hoeveel werk het voor mij betekende, maar alleen al het graveren van de caduceus kost me een hele dag en dan nog vijf à zes dagen om de naden naar behoren weg te werken: wilt u alstublieft tegen Morhardt zeggen dat ik niet door kan gaan met die bustes, ik kan er geen 1000 franc uit eigen zak bijleggen en me daarna laten uitmaken voor geldverkwister, en dit soort opdrachten zijn eerder bedoeld om de mensen wijs te maken dat ze volop werk hebben, dan om ze daadwerkelijk te helpen. […] Ik loop grote kans dat ik van alle moeite die ik doe wel nooit de vruchten zal plukken. […].
Op 2 december 1897 schrijft Rodin haar een lange brief terug. […] Toon uw prachtige werk. Er bestaat gerechtigheid, gelooft u me. Men wordt beloond en gestraft. Een genie als het uwe is zeldzaam. […] Die bronzen, daar moet u aan doorwerken zonder caduceus, zonder de naden weg te werken, dat is uw zaak niet. […].

Caduceus by Camille Claudel on the buste de Rodin

Camille volgt de raad van Rodin op want er zijn slechts een paar beelden bekend die de caduceus daadwerkelijk dragen en het beeld dat bij Sotheby’s geveild is, hoort tot deze zeldzame exemplaren. Dat maakt de prijs natuurlijk hoger, maar een miljoen euro vergeleken bij alle moeite die Camille erin heeft gestoken en wat zij ervoor heeft ontvangen, is natuurlijk wrang. Uiteraard moeten we zo niet denken en er een positieve wending aan geven. Er bestaat gerechtigheid, om de woorden van Rodin te herhalen, eindelijk krijgt Camille Claudel een positie in de kunstwereld waar zij volledig recht op heeft. Le temps remettra tout en place. We citeren niet langer Rodins woorden: Ik heb haar getoond waar zij het goud zou vinden: maar het goud dat zij vindt, behoort aan haar. We citeren vanaf nu Morhardts woorden: Mademoiselle Camille Claudel heeft een Art Nouveau (Nieuwe Kunst) gecreëerd: het is goud dat zij heeft gevonden. Het is goud dat haar toebehoort. Daarbij hoort Camille Claudel beschouwen als een zelfstandig statuaire (beeldhouwer) en niet langer als leerling van Rodin want zij was zoveel meer dan dat.

© Karin Haanappel
24 juni 2015

Impressionist & Modern Art Evening Sale

24 JUNE 2015 | 7:00 PM BST | LONDON

LOT 7 – CAMILLE CLAUDEL – BUSTE D’AUGUSTE RODIN
PROPERTY FROM A PRIVATE COLLECTION
Estimate  400,000600,000 GBP (561,958 – 842,938 EUR)
LOT SOLD. 821,000 GBP (1,153,420 EUR) (Hammer Price with Buyer’s Premium)

DETAILS
Camille Claudel
1864 – 1943
BUSTE D’AUGUSTE RODIN
inscribed Camille Claudel and incised with the caduceus mark
bronze
height: 40cm. (15 3/4 in.)
Conceived in 1886-92 and cast in bronze in an edition of 16 during the artist’s life-time. The present work was cast by François Rudier, Paris and bears the caduceus mark chased by Claudel.

AUTHENTICATION
The authenticity of this work has been confirmed by Reine-Marie Paris and Danielle Ghanassia.

PROVENANCE
(probably) Daniel Baud-Bovy, Geneva
Alfred Baud, Geneva (by descent)
Private Collection, Belgium (acquired in 1990. Sold: Brussels Art Auctions, Brussels, 19th June 2012, lot 276)
Purchased at the above sale by the present owner

LITERATURE
Edmond Pottier, ‘Les Salons de 1892’, in Gazette des Beaux-Arts, Paris, 1892, mentioned p. 34
Gustave Geffroy, ‘Le Salon de 1893’, in La Vie Artistique, Paris, 1893, mentioned p. 337
Henri de Braisne, La Revue Idéaliste, Paris, October 1897
Mathias Morhardt, Mercure de France, Paris, March 1898, mentioned pp. 729-730
Robert Descharnes & François Chabrun, Auguste Rodin, Lausanne, 1967
Alain Beausire, Quand Rodin exposait, Paris, 1988, other casts listed pp. 116, 118, 125, 159, 228 & 242
Reine-Marie Paris & Arnaud de La Chapelle, L’Œuvre de Camille Claudel, Paris, 1990, no. 24, illustration of another cast p. 121; detail of the present cast illustrated p. 122
Gérard Bouté, Camille Claudel. Le miroir et la nuit, Paris, 1995, illustration of another cast p. 69; other casts listed p. 226
Anne Rivière, Bruno Gaudichon & Danielle Ghanassia, Camille Claudel, catalogue raisonné, Paris, 2001, no. 22, illustration of another cast p. 85
Antoinette Le Normand-Romain, Camille Claudel & Rodin: Time will Heal Everything, Paris, 2013, illustration of another cast p. 28

CATALOGUE NOTE
An intense portrayal of her fellow sculptor and lover, Camille Claudel’s Buste d’Auguste Rodin is a testament to the artistic and personal relationship between two important figures who influenced the development of modern sculpture. Claudel moved to Paris in the early 1880s from her family’s farm in northern France to pursue a career in the plastic arts. She was not even twenty years old when the sculptor Paul Dubois introduced her to Auguste Rodin and within a year she became an apprentice in his studio, as well as his muse, confidante and lover. Claudel and Rodin worked together for over a decade, during which time she flourished both as an indispensable figure in Rodin’s studio and a virtuosic sculptor in her own right. Antoinette Le Normand-Romain commented: ‘Her sculptures were modelled with the extraordinary accuracy and intensity of expression which had characterised Rodin’s work throughout the 1880s, whilst perhaps endowing them with more powerful emotion, as her work was the direct expression of her feelings’ (A. Le Normand-Romain, op. cit., p. 35).

rodin 5

While Rodin executed several portraits of his companion, Claudel only produced the present bust image of Rodin and a charcoal drawing (fig. 1). This unembellished and intense, almost wild portrayal stands in sharp contrast to the sensuous, soft renderings that Rodin produced of his muse (fig. 2). Antoinette Le Normand-Romain described the present composition as: ‘a thin-faced, youthful Rodin, whose broad forehead and strong nose give the very image of strong will and the power of creation. This “patient” and “thoughtful” work, characterised by a very in-depth analysis of his physiognomy, was carried out in 1888-1889; it was abandoned and then taken up again, because Rodin seldom posed’ (ibid., p. 27).

rodin 6

Claudel executed three plaster versions of this work, two of which are at the Musée Rodin, Paris and one at Musée de Roubaix, as well as a wax-patinated plaster, now at the Musée Ziem, Martigues. The first bronze, which was originally owned by Rodin and is now at the Musée Rodin in Paris, was cast by AD Gruet Ainé in 1892 and was exhibited at the Société Nationale des Beaux-Arts that year. Subsequently 15 further casts were commissioned by Mercure de France and were cast by François Rudier in Paris. Several of these casts are now in public collections: Musée Municipal, Guéret; Musée d’Art et d’Archéologie, Aurillac; Musée du Petit-Palais, Paris; California Palace of the Legion of Honor, San Francisco and Museo Soumaya, Mexico City. Claudel had an agreement with Mercure de France that she would chase the caduceus sign – in ancient Roman mythology the winged staff entwined by two serpents carried by Mercury, the messenger of the gods. However, eventually she only chased the sign on the first few casts, and the present work is one of only three known casts to bear the caduceus.

NB. Er staan een aantal onvolkomenheden in de catalogue note, maar die worden in mijn boek Camille Claudel statuaire rechtgezet.

rodin 4a

Hoe misverstanden omtrent Claudel en Rodin ook vandaag de dag nog argeloos in de Volkskrant verschijnen

Vanwege een zeer drukke week lees ik op zondagochtend eindelijk de krant van vrijdag (11 april 2014). Bladerend door de krant valt mijn oog op een afbeelding van De Kus met de tekst ‘Rodin liet zijn vrouw in een gekkenhuis stoppen. Hij heeft haar niet één keer opgezocht.’

Volkskrant 11-4-2014

Verrast en ook geïrriteerd door deze onjuiste bewering begin ik het bijbehorende artikel te lezen. Van de ene verbazing val ik in de andere verbazing en mijn irritatie en boosheid nemen toe. Wat triest dat hier een loopje genomen wordt met de historische juistheid!! Bewust of onbewust, dat laat ik in het midden. Het stoort me enorm want de argeloze lezer krijgt totaal verkeerde informatie voorgeschoteld. Hoe kan een krant als De Volkskrant deze onzin schrijven en de indruk wekken dat ‘Rodin haar in een gekkenhuis liet stoppen toen zij hem dwong voor hun relatie uit te komen. Terwijl zij enorm getalenteerd was en absoluut niet gek. […] Ze heeft vijftig jaar in een gesticht gezeten. Vijftig jaar! Tot aan haar dood. En hij heeft haar niet één keer opgezocht.’

Volkskrant 11-4-2014

Het artikel betreft een interview met Sanne Wallis de Vries, dit jaar de voorzitter van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs. Deze informatie zou zij vernomen hebben via de audiotour in Musée Rodin, hetgeen mij sterk lijkt want ook daar zijn ze heel goed op de hoogte van de juiste toedracht. Dat Sanne Wallis de Vries geraakt is door wat zij hoort, kan ik me levendig voorstellen. Dat Sanne Wallis de Vries, of degene die het interview afneemt, het gehoorde extra kracht bijzet in haar betoog en (onbewust) verdraait, kan ik mij ook voorstellen, maar zeker niet goed praten. En het trieste is, de waarheid is nog veel schrijnender.

Ik zal hieronder puntsgewijs feedback geven:
1. Rodin liet Claudel NIET in een gekkenhuis stoppen, dat deed haar familie na de dood van haar vader. De documenten zijn ondertekend door haar moeder en broer Paul Claudel.
2. Claudel is in 1892 bij Rodin uit het atelier gegaan om zelfstandig verder te gaan. Haar woorden: Maintenant je travaille pour moi. En Rodin begreep dit volledig al had hij liever dat ze bleef want zonder haar was hij nergens. Ze hebben nog tot 1900 contact met elkaar gehad.
3. Claudel heeft geen 50 jaar in een inrichting gezeten, maar 30 jaar! Wat het leed uiteraard niet minder maakt.
4. Rodin heeft haar nooit opgezocht omdat er een bezoekersverbod was ingesteld door Madame Claudel, ze mocht ook geen correspondentie onderhouden anders dan met Paul, haar zus of haar moeder. Claudel is in 1913 opgesloten, in 1914 wanneer WOI uitbreekt naar Avignon gedeporteerd en Rodin sterft in 1917. Zijzelf in 1943. Omdat Rodin niets voor haar kon doen, wat hem zeer aan het hart ging, heeft hij in zijn testament laten opnemen dat in zijn Musée Rodin een zaal moest komen met haar werk! Dat heeft nog tot 1952 geduurd totdat Paul Claudel enkele werken van zijn zus heeft gedoneerd. Camille was toen al bijna 10 jaar dood.
5. Rodin en Claudel zijn nooit met elkaar gehuwd geweest. Rodin is in 1917 getrouwd met Rose Beuret, de moeder van zijn zoon Auguste. Zij was toen al ernstig ziek, twee weken later is zij overleden en begraven als Mme Rodin en daarmee was haar diepste wens in vervulling gegaan. Het is nogal suggestief om als onderschrift bij de foto van De Kus te spreken over ‘zijn vrouw’.

Ik spreek niet goed dat Rodin enorm heeft geprofiteerd van het talent van Claudel en veel van Rodins werk eigenlijk uit haar brein en handen is ontstaan. Zij was zeer getalenteerd en absoluut niet gek. Dat onderschrijven de medische dossiers ook. Maar die vermeende gekte is haar vooral door broer Paul toegeschreven.

8 december 2014: le temps remettra tout en place, Camille Claudel wordt in ere hersteld. Mijn boek verschijnt die dag in Singer Laren, op haar 150e geboortedag.
Ik ben te allen tijde bereid om een interview te geven, voor de Volkskrant of andere media, waarmee deze zeer getalenteerde kunstenares en de mensen om haar heen in het juiste perspectief worden geplaatst.

© Karin Haanappel, 13 april 2014

 

Camille Claudel: Uit de schaduw van Rodin

Dit artikel is verschenen in het Singer Bulletin, nummer 14, januari 2001

“Je lui ai montré où elle trouverait de l’or; mais l’or qu’elle trouve est bien à elle …” Deze woorden sprak de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917) over zijn leerlinge, maîtresse en bovenal muze Camille Claudel (1864-1943). Wie was zij eigenlijk, deze vrouw die zulke schitterende kunstwerken heeft gemaakt maar ook zo’n dramatisch leven heeft gehad?

Niet zo ver van de stad Reims in de Franse streek Champagne ligt een klein, onbeduidend dorpje genaamd Villeneuve-sur-Fère. Bestaande uit een kerk, een aantal huizen en verder hoofdzakelijk boerderijen, heeft het de doorsnee toerist niet veel te bieden. Er zijn geen historische monumenten of musea. Toch staat 5 kilometer voor het dorp een bord met de tekst “Villeneuve-sur-Fère, Pays natal de Paul Claudel”. Komende in Villeneuve doet nauwelijks iets meer herinneren aan deze Franse schrijver. Na veel heen en weer gevraag komt men te weten dat in het huis tegenover de kerk de familie Claudel heeft gewoond. Dit dorp, dat een speciale rol speelt in het oeuvre van de dichter Paul Claudel, is ook voor Camille van groot belang geweest: de bossen nabij Villeneuve inspireerden haar tot haar eerste werken.

De beginjaren (1864-1881)

Camille Claudel werd op 8 december 1864 geboren in Fère-en-Tardenois, zo’n 8 kilometer ten noorden van Villeneuve. Haar vader Louis-Prosper Claudel was voor zijn werk als belastinginspecteur in Fère-en-Tardenois geplaatst. Daar leerde hij de bijna vijftien jaar jongere Louise Athanaïse Cerveaux kennen met wie hij in 1862 trouwde. Hun eerste kind Henri-Charles werd geboren op 1 augustus 1863, maar leefde slechts 15 dagen. Dit maakt Camille de oudste van de Claudel-kinderen. Na haar zouden nog Louise (1866-1935) en Paul (1868-1955) komen.

Als kind raakte Camille al geobsedeerd door het kneden van klei en was vastbesloten om beeldhouw­ster te worden. Zonder enig onderricht maar met veel passie lukte het haar naar levend model te boetseren. Haar hele familie en het personeel stonden model in haar geïmproviseerde atelier. Naast mensen trok de natuur haar aan; vooral de rotsen van Le Geyn, nabij Villeneuve, fascineerden haar. In deze tijd ontstonden haar eerste werken: Napoleon, Bismarck, David et Goliath, geïnspireerd door de literatuur, geschiedenis en de bijbel. Op Bismarck na zijn deze werken helaas verdwenen.

In Nogent-sur-Seine, waar de familie Claudel vanaf 1876 woonde, verbleef ook de beeldhouwer Alfred Boucher. Camille’s ontmoeting met deze kunstenaar bracht een groot keerpunt in haar leven, hij zag dat zij talent had. Hoewel over deze periode weinig bekend is, kreeg Camille waarschijnlijk les van hem en adviseerde hij haar naar Parijs te gaan voor verdere studie. Louis-Prosper, wiens wens het was om zijn kinderen een goede opleiding te laten genieten, besloot in april 1881 zijn gezin naar Parijs te laten verhuizen; zelf werd hij in Rabouillet benoemd en zou voortaan alleen gedurende de weekeinden in Parijs zijn. Als we Paul Claudel moeten geloven, was het Camille met haar “volonté terrible” die de familie naar Parijs dwong.

In Parijs ging Camille, zeventien jaar oud, lessen volgen bij de Académie Colarossi, één van de weinige academies waar vrouwen werden toegelaten. Zoals toen gebruikelijk, ging ze ook regelmatig naar het Louvre om de ‘klassieken’ te bestuderen. In deze tijd ontstonden Diane en Paul Claudel à 13 ans. Het jaar daarop huurde Camille met enkele Engelse vriendinnen van de academie een atelier in de Rue Notre-Dame-des-Champs. Hier kregen de dames les van Alfred Boucher, die elke vrijdag langskwam om hun werk te bekijken en eventuele correcties aan te brengen. Boucher bracht op een dag Paul Dubois mee, directeur van de l’École Nationale des Beaux-Arts. Camille toonde hem enkele van haar werken, “Vous avez pris des leçons avec Monsieur Rodin!”, was onmiddel­lijk het commentaar van Dubois. Maar Camille had op dat moment nog nooit gehoord van Rodin, laat staan dat zij hem ontmoet had. Toch zou dat niet lang meer duren.

De jaren met Rodin (1882-1893)

Toen Boucher naar Italië vertrok, vanwege de Prix de Rome, vroeg hij Rodin hem te vervangen en zijn studentes in de Rue Notre-Dame-du-Champs verder onderricht te geven in de technieken van de beeldhouwkunst. Daar ontmoette Camille voor het eerst de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917). Rodin, vierentwintig jaar ouder dan Camille, was op dat moment een redelijk bekende figuur in de kunstwereld. Hij had inmiddels verscheidene werken op zijn naam staan en in 1880 de opdracht gekregen tot het maken van een monumentale deur voor het toekomstige Museé des Arts Décoratifs. Rodin had zich hiervoor laten inspireren door ‘La Divina Commedia’ van Dante en creëerde: La Porte de l’Enfer. In de tijd dat Camille en Rodin elkaar leerden kennen, was Rodin volop bezig met dit project. Zonder een moment te aarzelen werd Camille de leerlinge van Rodin, omdat “la seule chose qui soit essentielle, c’est de faire de belle et noble sculpture”.

 

In de literatuur wordt gespeculeerd over het jaar waarin Camille en Rodin elkaar ontmoet zouden hebben. Sommige bronnen melden 1883 of 1884, andere menen dat het pas in 1888 was. Recente onderzoeken geven aan dat de ontmoeting toch al in 1882 moet hebben plaatsgevonden; één van de eerste brieven die Rodin ontving van Boucher vanuit Italië dateert namelijk van 12 september 1882. We mogen aannemen dat Rodin dan het groepje dames al onder zijn hoede heeft genomen. Waarschijnlijk was er snel sprake van een grote aantrekkingskracht tussen Camille en Rodin. Een brief van Rodin aan “zijn wilde vriendin” Camille, vermoedelijk uit 1883, maakt duidelijk dat ze toen al een verhouding hadden. Rodin spreekt in deze brief ook over zijn Dalou, een beeld waaraan hij in het najaar van 1883 werkte. In het atelier van Rodin hield Camille zich bezig met het maken van schetsen en studies voor La Porte de l’Enfer en Les Bourgeois de Calais. Voor deze laatste groep had Rodin in 1884 de opdracht gekregen. In het begin deed Camille hetzelfde werk als de andere leerlingen, maar langzamerhand werd zij zijn naaste medewerkster en ging zich zelfs specialiseren in handen en voeten (bekend is dat Rodin hier heel veel waarde aan hechtte). Naarmate het contact tussen Rodin en Camille steeds intiemer werd, ging Camille ook model staan voor Rodin. Ze is onder meer te herkennen in werken als l’Aurore, La Pensée en La Danaïde; daarnaast heeft ze waarschijnlijk ook geposeerd voor enkele figuren voor de Hellepoort.

 

In de tijd van hun samenwerking ontwikkelde Camille ook haar eigen stijl, zoals blijkt uit enkele van haar werken uit deze tijd: Jeune Romain ou mon frère à 16 ans (1884), Giganti (1885), Louise de Massary (1885). Deze werken tonen aan dat Camille meer dan een doorsnee leerlinge was. Een vaak geciteerde uitspraak van Rodin getuigt hiervan: “Je lui ai montré où elle trouverait de l’or, mais l’or qu’elle trouve est bien à elle”.  Maar door het werk in het atelier van Rodin had zij weinig tijd om zich helemaal te kunnen wijden aan haar eigen kunst.

Camille was niet de eerste vrouw voor Rodin. Naast de modellen waarbij hij zijn inspiratie opdeed, had hij al geruime tijd een relatie met Rose Beuret op het moment dat Camille in zijn leven kwam. Rodin had Rose ontmoet in 1864, twee jaar later werd hun zoon Auguste Beuret geboren, die Rodin nooit officieel erkende. Hij bood moeder en zoon onderdak en financiële steun maar hield beiden op de achtergrond. Toch zou hij Rose nooit in de steek laten, al doet een onlangs opgedoken brief van Rodin uit 1886 dit wel vermoeden. Het is een vreemde brief die meer weg heeft van een contract. In acht punten wordt uiteengezet wat de plichten van Rodin en Camille zijn ten opzichte van elkaar. Rodin schreef  “In de toekomst, beginnende vandaag 12 oktober 1886, zal ik geen andere leerling hebben dan Mlle Camille Claudel en ik zal alleen haar beschermen met alle mogelijke middelen die ik heb en met de hulp van mijn vrienden…… Ik zal geen andere leerlingen meer aannemen zodat er geen kans bestaat op het ontstaan van rivaliserende talenten, hoewel ik niet vermoed dat men vaak kunstenaars ontmoet met zo’n natuurtalent ……Na de expositie in mei zullen we naar Italië reizen en daar minstens 6 maanden blijven, het begin van een onverbrekelijke verbintenis, waarna Mlle Camille mijn vrouw zal worden …… Vanaf nu tot de maand mei, zal ik mij met geen enkele vrouw inlaten, als ik dit wel doe, worden alle afspraken ontbonden……Er zal een foto gemaakt worden bij Carjat van Mlle Camille in de stadskleding die zij droeg naar de Academie……Mlle Camille zal in Parijs blijven tot mei en zich verplichten  mij 4 keer per maand in haar atelier te ontvangen”. Wat precies de bedoeling van deze brief was, is niet bekend. Alleen de foto bij Carjat is gemaakt, de andere punten niet tot uitvoering gebracht.

Vanaf de zomer van 1887 maakten Rodin en Camille regelmatig reizen naar de Touraine. Ze verbleven vaak in Château de l’Islette in Azay-le-Rideau. Er is weinig over deze verblijven bekend. Vaak worden deze vakanties in verband gebracht met één van de mysteries uit Camille’s leven: heeft zij kinderen gehad van Rodin en moest ze naar de Touraine om haar zwangerschap(pen) te verbergen? Camille vond in ieder geval in de jaren 1892/93 in de Touraine inspiratie voor het creëren van La Petite Châtelaine. Meer dan tien verschillende versies heeft zij hiervan gemaakt. Het model voor de buste was de zesjarige Marguerite Boyer.

 

Tot 1888 woonde Camille nog bij haar ouders, die geen idee hadden van haar relatie met Rodin. In die tijd was het absoluut ondenkbaar dat een meisje van goede komaf, de maîtresse werd van een vierentwintig jaar oudere man die bovendien nog beeldhouwer was ook. Alleen Paul was op de hoogte van Camille’s geheime relatie. De band tussen broer en zus was van Camille’s kant altijd sterk, zij vertrouwde hem veel toe. In haar ogen was hij de enige die haar begreep temeer daar hij zelf het kunstvak in wilde, als schrijver. Maar Paul is altijd negatief geweest over haar relatie met Rodin.

In 1888 huurde Camille haar eerste eigen woning aan de Boulevard d’Italie. In hetzelfde jaar voegde Rodin aan zijn ateliers een nieuwe werkplaats toe: La Folie Neubourg. Dit huis werd Camille’s nieuwe atelier waar ze ongestoord bezig kon zijn met haar eigen beeldhouw­kunst en samen met Rodin werken aan Les Bourgeois de Calais. In 1888 stuurde ze haar eigen sculptuur Sakountala in voor de Salon des Artistes Français, waar het beeld vol lof werd ontvangen. Dit betekende voor Camille, nog geen 23 jaar oud, het begin van officiële erkenning.

 

In deze tijd kwam Camille Claudel in contact met de twee jaar oudere Claude Debussy. Een nieuw mysterie in haar leven: wat voor relatie hebben Camille en Claude met elkaar gehad? Het is heel moeilijk hier een gefundeerd antwoord op te geven. Robert Godet, een vriend van Debussy schreef dat Camille met nieuwsgierigheid luisterde naar de muziek van Debussy en na elke voordracht dezelfde woorden uitsprak: “geen commentaar Monsieur Debussy”. In een brief aan Robert Godet uit februari 1891 schreef Debussy dat een jonge vrouw, die hij zeer bewonderde, hem abrupt had verlaten en dat ging hem zeer aan het hart. Was deze jonge vrouw Camille Claudel? We weten het niet. Wel heeft Debussy tot aan zijn dood in 1918 een exemplaar van La Valse van Camille in zijn bezit gehad. Dit beeld kan hij op zijn vroegst in 1892 hebben gekregen. Zou Camille zich hebben laten inspireren door de muziek van Debussy bij het creëren van La Valse?

De creatieve jaren (1893-1913)

In het begin van deze jaren was de verhouding tussen Rodin en Camille geen publiek geheim meer. Door haar te introduceren bij vrienden en haar te helpen met opdrachten, had Rodin Camille op weg geholpen naar erkenning en publiciteit. Rodin was er trots op zijn connecties te kunnen gebruiken om zijn leerlinge en haar familie te helpen. In 1890 toen Paul Claudel een diplomatieke carrière wilde beginnen, deed Rodin een goed woordje voor hem bij het ministerie van buitenlandse zaken. Maar zelfs na zijn aanstelling als junior functionaris bij buitenlandse zaken was Paul niet geneigd dankbaar te zijn, noch ten op zichte van zijn zus noch ten opzichte van haar geliefde.

Tegen het einde van 1893 besloot Camille Rodin te verlaten om op zichzelf te gaan werken. Ze brak niet direct alle contact af want in 1894 zijn ze bijvoorbeeld nog samen naar de Touraine gegaan. Waarom heeft Camille Rodin verlaten? Eén van de redenen kan Rodin’s voortdurende relatie met Rose Beuret zijn geweest, in 1892 werd duidelijk dat hij Rose nooit zou verlaten en zelfs overwoog met haar in Meudon te gaan wonen. Een andere reden voor Camille was het feit dat zij in haar ogen te weinig erkenning had gekregen voor al het werk dat ze voor Rodin gedaan had, als zijn leerlinge en rechterhand. Het contact werd steeds minder en Camille ging zich afzetten tegen Rodin; op een gegeven moment wilde ze niets meer van hem weten, ze verweet Rodin haar aan het lijntje te hebben gehouden en haar te hebben gebruikt. Ondanks haar negatieve gevoelens creëerde Camille in deze periode haar grootste meesterwerken zoals Clotho, La Valse, Les Causeuses, La Petite Châtelaine, La Vague en l’Âge Mûr.

Camille’s ergernis voor Rodin werd langzaam omgezet in haat, ze ging Rodin zelfs beschuldigen van diefstal en plagiaat. Door haar teruggetrokken leven begon ze de mensen om zich heen steeds meer te wantrouwen en werd ze achterdochtig. Naar andere mensen toe sprak ze over de ‘bande à Rodin’ die haar ideeën wilde afnemen en haar probeerde te vergiftigen. In haar verwarring ging ze haar werken systematisch vernielen om te voorkomen dat Rodin deze zou weghalen.

In deze moeilijke tijden zou Camille eigenlijk gesteund moeten worden door haar familie maar dat gebeurde niet. Haar moeder negeerde haar omdat ze de familie schande toebracht met haar gedrag; haar zus Louise was getrouwd en had haar eigen leven. Paul was er niet voor Camille: tussen 1895 en 1909 was hij constant buiten Europa werkzaam. De enige die haar voortdurend bleef steunen, was haar vader die haar geld toeschoof om van te leven en haar stimuleerde om zelfstandig kunstwerken te blijven creëren. In 1905 keerde Paul voor korte tijd terug uit China en publiceerde het eerste belangrijke artikel over het oeuvre van Camille. Het artikel kreeg veel succes, Paul die Rodin verantwoordelijk stelde voor alle narigheid rondom Camille, vergeleek Camille’s werk met dat van Rodin zonder hem bij naam te noemen. In hetzelfde jaar vond er een grote expositie van Camille’s werk plaats in de Galerie van Eugène Blot in Parijs. Alle kritieken waren meer dan positief. Alleen met Camille ging het steeds slechter.

De eenzame jaren (1913-1943)

Op zondag 2 maart 1913 overleed Louis-Prosper Claudel op de leeftijd van 86 jaar. Niemand informeerde Camille en ze was dan ook niet op de begrafenis. Paul, nu hoofd van de familie, besloot onmiddellijk Camille op te laten nemen in een inrichting. Daags na de begrafenis bezocht Paul doctor Michaux die, conform de wet uit 1838, een medisch certificaat ondertekende waardoor Camille werd opgenomen. Op maandagochtend 10 maart werd zij overmeesterd door twee verplegers die de toegang tot haar atelier aan de Quai Bourbon forceerden en haar meenamen naar de afdeling Santé Speciale de Ville-Évrard.

Waarom was er eigenlijk zo’n haast bij om Camille op te sluiten? De meest plausibele reden is dat na de dood van Louis-Prosper er niemand meer was om Camille te beschermen. Voor de andere familieleden was zij een lastig persoon geworden met een verwarde geest en besloten zij haar op te laten nemen in een inrichting. Haar moeder en zus wilden niets meer met Camille te maken hebben en zouden haar in de komende 30 jaar ook nooit bezoeken. Paul zou als enige van de familie wel bij Camille langs gaan wanneer hij in Frankrijk was. Maar Camille stond zijn schrijverscarrière in de weg. Mathias Morhardt schreef in 1934 “Paul Claudel is een idioot, wanneer iemand een zus heeft die een genie is, verlaat je haar niet. Maar hij dacht altijd zelf de enige genie te zijn”.  Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kon Camille niet langer in Noord-Frankrijk blijven en werd zij overgeplaatst naar de psychiatrische inrichting Montdevergues in Montfavet, nabij Avignon. Dit nieuwe verblijf was niet veel beter dan het eerste maar had als voordeel voor haar familie, dat het ver weg van de publieke opinie lag. De pers, kunstenaars en critici hadden zich inmiddels al openlijk uitgelaten over “de afschuwelijke opsluiting die alles weg heeft van wraakzucht”. In de inrichting schreef Camille aan haar moeder, haar zus, enkele vrienden en bovenal aan Paul. Deze correspondentie toont een verfijnde geest, een geheugen dat nog helemaal intact was en met de jaren vond zij zelfs berusting in haar lijden. Camille had geaccepteerd dat ze niet meer zou beeldhouwen en geen sociaal leven meer leidde.

 

De jaren gingen voorbij en Camille verbleef in alle eenzaamheid in Montdevergues. Een enkele keer kreeg ze bezoek. De meesten in het gesticht wisten niet dat ze eens een groot kunstenares was. Ze kenden haar alleen als de zus van de schrijver Paul Claudel. Camille werd steeds ouder; haar gezondheid nam af, haar lichaam werkte niet meer optimaal en haar geest werd minder. Toen Paul in september 1943, op dringend verzoek van de artsen, een bezoek aan zijn zus bracht, kon Camille hem nog herkennen en leefde zij op. Een maand later, op 19 oktober 1943 stierf Camille als een oude, onbekende vrouw. Ze werd begraven op het kerkhof van Montfavet, op het gedeelte dat gereserveerd was voor de patiënten van de inrichting. Er was niemand van de familie op haar begrafenis.

In 1962, zeven jaar na de dood van Paul, schreef zijn zoon Pierre een brief aan de burgemeester van Montfavet waarin hij vroeg om het stoffelijk overschot van Camille Claudel te mogen bijzetten in het familiegraf in Villeneuve. Maar Camille’s graf was al geruimd: niemand had destijds gereageerd toen gevraagd was, wat er met het stoffelijk overschot moest gebeuren toen de begraafplaats in Montfavet geruimd werd. Als eerherstel aan Camille heeft de familie Claudel ervoor gezorgd dat op 28 september 1968 een herdenkingsplaat kwam op het kerkhof van Villeneuve-sur-Fère.

<< Camille Claudel, 1864-1943 >>.

© 2001 Karin Haanappel
artikel eerder verschenen in het Singer Bulletin, nummer 14, januari 2001
afbeeldingen zijn niet uit het artikel afkomstig, maar uit powerpointpresentaties van lezingen over Camille Claudel en speciaal bewerkt voor dit blog. Meer informatie over lezingen: www.camille-claudel.nl of stuur een email naar info@karinhaanappel.nl