Claude & Camille – La Valse

Een muzikale blik op Camille Claudel
Deze tekst is verschenen in de booklet van de CD Claude & Camille – La Valse (2001)

Veel gebeurtenissen in het leven van de beeldhouwster Camille Claudel (1864-1943) zijn helaas fragmentarisch bekend. Een groot deel van haar correspondentie is verdwenen, haar vrienden waren zeldzaam en ze leefde vrij teruggetrokken.
De laatste jaren is een groeiende interesse voor Camille Claudel waar te nemen, wat geleid heeft tot de nodige onderzoeken, publicaties en exposities. Toch zijn lang niet alle mysteries uit haar leven opgehelderd, waaronder haar binding met de muziek en in het bijzonder haar relatie met de componist Claude Debussy (1862-1918).

Omstreeks de jaren 1888/89 heeft waarschijnlijk de eerste ontmoeting tussen Camille Claudel en Claude Debussy plaatsgevonden. Wat voor (liefdes)relatie hebben zij gehad? Het is heel moeilijk hier een gefundeerd antwoord op te geven, omdat bewijsmateriaal ontbreekt. Robert Godet, een vriend van Debussy, schreef dat Camille met nieuwsgierigheid luisterde, wanneer hij voor haar speelde op de piano. Na elke voordracht sprak zij dezelfde woorden: “geen commentaar Monsieur Debussy”. Debussy op zijn beurt, was erg onder de indruk van Camille en haar kunstwerken. We weten dat hij tot aan zijn dood in 1918 een exemplaar van La Valse in bezit had. Zou Camille zich hebben laten inspireren door de muziek van Debussy bij het creëren van La Valse?

De relatie tussen Camille en Debussy was van korte duur. In 1891 schreef Debussy aan Robert Godet “dat een jonge vrouw, die hij zeer bewonderde en liefhad, hem abrupt had verlaten en dat hem dat zeer aan het hart ging”. Was deze jonge vrouw Camille Claudel? We weten het niet zeker. Wel heeft deze breuk waarschijnlijk geleid tot de muzikale bewerking van het symbolistische toneelstuk Pelléas et Mélisande van Maurice Maeterlinck, de enige opera die Debussy voltooide. Sommigen beweren dat de ware Debussy geboren werd na de breuk met Camille, gezien de vele, beroemde composities die hij toen creëerde.

In alle literatuur na 1891 is er geen sprake meer van een relatie tissen Claude Debussy en Camille Claudel. Een reden waarom Camille geen contact meer met Debussy opnam, was waarschijnlijk haar relatie met Auguste Rodin (1840-1917). Sinds 1883 was zij de leerlinge, rechterhand en muze van deze beeldhouwer.

 

In het oeuvre van Camille Claudel komen verschillende muzikale thema;s voor met als hoogtepunt La Valse (1892). Dit werk toont een dansend paar, nagenoeg naakt, met ineengestrengelde lichamen, helemaal onderworpen aan de ritmes van de muziek. Zij lijken te zweven boven de grond en dansen beslist geen romantische wals van Johann Strauss. Veel meer dansen zij op La plus que lente van Debussy.

Lucien Bourdeau schreef in 1893 naar aanleiding van dit beeld “… Maar waar gaan zij heen, verloren in de roes van hun zo nauw verbonden ziel en lichaam? Naar de liefde? Naar de dood? De lichamen zijn jong, ze trillen van leven, maar de gedrapeerde stof die om hen heen slingert, die hen volgt, die met hen ronddraait, klappert als een lijkwade. Ik weet niet waarheen zij dansen, naar de liefde of naar de dood, maar ik weet dat uit dit dansende paar een verscheurende droefheid oprijst, zo verscheurend dat ze enkel van de dood kan komen, of misschien van een liefde nog droeviger dan de dood … “. Van La Valse zijn verschillende uitvoeringen in diverse materialen bekend.

In La Fortune (1900) heeft Camille de beweging van La Valse op een perfecte manier herhaald. Het is een vrouw met één voet op het rad van fortuin, die danst en draait met geblinddoekte ogen en zich overgeeft aan de ritmes van het leven. Een beeld dat niet alleen uiterlijk overeenkomsten heeft met La Valse maar ook inhoudelijk. In La Vie Parisienne verschenen in 1904 de volgende woorden: “U zou ook een het bronzen beeld moeten zien van Mlle Claudel, een kunstenares waarvan men zou kunnen zeggen dat zij een waar genie is … en die ons hier een kleine Fortune toont, die veel weg heeft van een Watteau schilderij met haar verfijndheid en haar kracht, waarmee Claudel tevens ontsnapt aan het massieve en grove van Rodin”.

Debussy schreef in 1890 zijn Suite Bergamasque, die pas vijftien jaar later werd uitgegeven. Bij het horen van deze muziek, met name het populaire Claire de Lune, wordt de sfeer van een ver verleden opgeroepen: de Fêtes galantes uit de Rococo, het 18e eeuwse Watteau landschap “… Que vont charmant masques et bergamasques, jouant du luth, et dansent, et quasi tristes sont leurs déguisements fantasques…”.

Ook in La Vague (1897) kan een parallel getrokken worden naar Debussy. La Vague bestaat uit een enorme golf, die boven drie vrouwenfiguurtjes uittorent. De figuren tonen geen vrees, ze laten zich over aan de geheimen van de natuur. Camille heeft zich voor dit beeld laten inspireren door de Japanse houtsnedekunst. Eind 19e eeuw waren veel kunstenaars in de ban van het Japonisme, wat onder meer tot uitdrukking kwam in het Impressionisme. Zowel Camille als Debussy bewonderden de krachtige en sierlijke lijnen in de Japanse houtsneden en lieten zich hierdoor inspireren. Een houtsnede van Katsushika Hokusai (1760-1849) die in het Rijksmuseum in Amsterdam hangt, toont een opmerkelijke gelijkenis met La Vague. Het is De golf bij Kanagawa uit 1831. In 1905 componeerde Debussy La Mer, drie symfonische schetsen zoals hij ze zelf noemde. Het is een serie van complexe episodes die het hele expressieve scala van vooruit voelende stilte tot stralende zonnewarmte aflopen. In Jeux des Vagues (het tweede deel van La Mer) zweeft een vloeiend thema boven snelle, heen en weer schietende ritmes. het is alsof we in de muziek meevoelen met de drie kleine vrouwenfiguurtjes van Camille in de roerige zee. Misschien dat Debussy niet voor niets een illustratie van La Vague liet opnemen bij La Mer.

 

La Joueuse de Flûte  (1904) laat een vrouw zien, gezeten op een boomstronk met opgetrokken knieën, die helemaal opgaat in haar fluitspel. Ze lijkt op een Muze, waarbij muziek één wordt met de wind in de bossen en de weeklacht van de zeeën. Debussy’s La fille aux cheveaux de lin lijkt bijna een muzikale bewerking van dit beeld.

Het lijkt aannemelijk dat Claude Debussy en Camille Claudel elkaar geïnspireerd hebben, de overeenkosmten in beide oeuvres mogen er zijn. Of de liefdesrelatie er ook is geweest, zal altijd een vraag blijven.

© 2001 Karin Haanappel
Deze tekst is verschenen in de booklet van de CD Claude & Camille – La Valse, met pianowerken van Claude Debussy ter gelegenheid van de tentoonstelling Camille Claudel: Uit de schaduw van Rodin in het Singer Museum Laren (2001)
Meer informatie over mijn onderzoek naar Camille Claudel of het organiseren van lezingen: www.camille-claudel.nl of stuur een email naar info@karinhaanappel.nl
Advertenties

Camille Claudel: Uit de schaduw van Rodin

Dit artikel is verschenen in het Singer Bulletin, nummer 14, januari 2001

“Je lui ai montré où elle trouverait de l’or; mais l’or qu’elle trouve est bien à elle …” Deze woorden sprak de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917) over zijn leerlinge, maîtresse en bovenal muze Camille Claudel (1864-1943). Wie was zij eigenlijk, deze vrouw die zulke schitterende kunstwerken heeft gemaakt maar ook zo’n dramatisch leven heeft gehad?

Niet zo ver van de stad Reims in de Franse streek Champagne ligt een klein, onbeduidend dorpje genaamd Villeneuve-sur-Fère. Bestaande uit een kerk, een aantal huizen en verder hoofdzakelijk boerderijen, heeft het de doorsnee toerist niet veel te bieden. Er zijn geen historische monumenten of musea. Toch staat 5 kilometer voor het dorp een bord met de tekst “Villeneuve-sur-Fère, Pays natal de Paul Claudel”. Komende in Villeneuve doet nauwelijks iets meer herinneren aan deze Franse schrijver. Na veel heen en weer gevraag komt men te weten dat in het huis tegenover de kerk de familie Claudel heeft gewoond. Dit dorp, dat een speciale rol speelt in het oeuvre van de dichter Paul Claudel, is ook voor Camille van groot belang geweest: de bossen nabij Villeneuve inspireerden haar tot haar eerste werken.

De beginjaren (1864-1881)

Camille Claudel werd op 8 december 1864 geboren in Fère-en-Tardenois, zo’n 8 kilometer ten noorden van Villeneuve. Haar vader Louis-Prosper Claudel was voor zijn werk als belastinginspecteur in Fère-en-Tardenois geplaatst. Daar leerde hij de bijna vijftien jaar jongere Louise Athanaïse Cerveaux kennen met wie hij in 1862 trouwde. Hun eerste kind Henri-Charles werd geboren op 1 augustus 1863, maar leefde slechts 15 dagen. Dit maakt Camille de oudste van de Claudel-kinderen. Na haar zouden nog Louise (1866-1935) en Paul (1868-1955) komen.

Als kind raakte Camille al geobsedeerd door het kneden van klei en was vastbesloten om beeldhouw­ster te worden. Zonder enig onderricht maar met veel passie lukte het haar naar levend model te boetseren. Haar hele familie en het personeel stonden model in haar geïmproviseerde atelier. Naast mensen trok de natuur haar aan; vooral de rotsen van Le Geyn, nabij Villeneuve, fascineerden haar. In deze tijd ontstonden haar eerste werken: Napoleon, Bismarck, David et Goliath, geïnspireerd door de literatuur, geschiedenis en de bijbel. Op Bismarck na zijn deze werken helaas verdwenen.

In Nogent-sur-Seine, waar de familie Claudel vanaf 1876 woonde, verbleef ook de beeldhouwer Alfred Boucher. Camille’s ontmoeting met deze kunstenaar bracht een groot keerpunt in haar leven, hij zag dat zij talent had. Hoewel over deze periode weinig bekend is, kreeg Camille waarschijnlijk les van hem en adviseerde hij haar naar Parijs te gaan voor verdere studie. Louis-Prosper, wiens wens het was om zijn kinderen een goede opleiding te laten genieten, besloot in april 1881 zijn gezin naar Parijs te laten verhuizen; zelf werd hij in Rabouillet benoemd en zou voortaan alleen gedurende de weekeinden in Parijs zijn. Als we Paul Claudel moeten geloven, was het Camille met haar “volonté terrible” die de familie naar Parijs dwong.

In Parijs ging Camille, zeventien jaar oud, lessen volgen bij de Académie Colarossi, één van de weinige academies waar vrouwen werden toegelaten. Zoals toen gebruikelijk, ging ze ook regelmatig naar het Louvre om de ‘klassieken’ te bestuderen. In deze tijd ontstonden Diane en Paul Claudel à 13 ans. Het jaar daarop huurde Camille met enkele Engelse vriendinnen van de academie een atelier in de Rue Notre-Dame-des-Champs. Hier kregen de dames les van Alfred Boucher, die elke vrijdag langskwam om hun werk te bekijken en eventuele correcties aan te brengen. Boucher bracht op een dag Paul Dubois mee, directeur van de l’École Nationale des Beaux-Arts. Camille toonde hem enkele van haar werken, “Vous avez pris des leçons avec Monsieur Rodin!”, was onmiddel­lijk het commentaar van Dubois. Maar Camille had op dat moment nog nooit gehoord van Rodin, laat staan dat zij hem ontmoet had. Toch zou dat niet lang meer duren.

De jaren met Rodin (1882-1893)

Toen Boucher naar Italië vertrok, vanwege de Prix de Rome, vroeg hij Rodin hem te vervangen en zijn studentes in de Rue Notre-Dame-du-Champs verder onderricht te geven in de technieken van de beeldhouwkunst. Daar ontmoette Camille voor het eerst de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917). Rodin, vierentwintig jaar ouder dan Camille, was op dat moment een redelijk bekende figuur in de kunstwereld. Hij had inmiddels verscheidene werken op zijn naam staan en in 1880 de opdracht gekregen tot het maken van een monumentale deur voor het toekomstige Museé des Arts Décoratifs. Rodin had zich hiervoor laten inspireren door ‘La Divina Commedia’ van Dante en creëerde: La Porte de l’Enfer. In de tijd dat Camille en Rodin elkaar leerden kennen, was Rodin volop bezig met dit project. Zonder een moment te aarzelen werd Camille de leerlinge van Rodin, omdat “la seule chose qui soit essentielle, c’est de faire de belle et noble sculpture”.

 

In de literatuur wordt gespeculeerd over het jaar waarin Camille en Rodin elkaar ontmoet zouden hebben. Sommige bronnen melden 1883 of 1884, andere menen dat het pas in 1888 was. Recente onderzoeken geven aan dat de ontmoeting toch al in 1882 moet hebben plaatsgevonden; één van de eerste brieven die Rodin ontving van Boucher vanuit Italië dateert namelijk van 12 september 1882. We mogen aannemen dat Rodin dan het groepje dames al onder zijn hoede heeft genomen. Waarschijnlijk was er snel sprake van een grote aantrekkingskracht tussen Camille en Rodin. Een brief van Rodin aan “zijn wilde vriendin” Camille, vermoedelijk uit 1883, maakt duidelijk dat ze toen al een verhouding hadden. Rodin spreekt in deze brief ook over zijn Dalou, een beeld waaraan hij in het najaar van 1883 werkte. In het atelier van Rodin hield Camille zich bezig met het maken van schetsen en studies voor La Porte de l’Enfer en Les Bourgeois de Calais. Voor deze laatste groep had Rodin in 1884 de opdracht gekregen. In het begin deed Camille hetzelfde werk als de andere leerlingen, maar langzamerhand werd zij zijn naaste medewerkster en ging zich zelfs specialiseren in handen en voeten (bekend is dat Rodin hier heel veel waarde aan hechtte). Naarmate het contact tussen Rodin en Camille steeds intiemer werd, ging Camille ook model staan voor Rodin. Ze is onder meer te herkennen in werken als l’Aurore, La Pensée en La Danaïde; daarnaast heeft ze waarschijnlijk ook geposeerd voor enkele figuren voor de Hellepoort.

 

In de tijd van hun samenwerking ontwikkelde Camille ook haar eigen stijl, zoals blijkt uit enkele van haar werken uit deze tijd: Jeune Romain ou mon frère à 16 ans (1884), Giganti (1885), Louise de Massary (1885). Deze werken tonen aan dat Camille meer dan een doorsnee leerlinge was. Een vaak geciteerde uitspraak van Rodin getuigt hiervan: “Je lui ai montré où elle trouverait de l’or, mais l’or qu’elle trouve est bien à elle”.  Maar door het werk in het atelier van Rodin had zij weinig tijd om zich helemaal te kunnen wijden aan haar eigen kunst.

Camille was niet de eerste vrouw voor Rodin. Naast de modellen waarbij hij zijn inspiratie opdeed, had hij al geruime tijd een relatie met Rose Beuret op het moment dat Camille in zijn leven kwam. Rodin had Rose ontmoet in 1864, twee jaar later werd hun zoon Auguste Beuret geboren, die Rodin nooit officieel erkende. Hij bood moeder en zoon onderdak en financiële steun maar hield beiden op de achtergrond. Toch zou hij Rose nooit in de steek laten, al doet een onlangs opgedoken brief van Rodin uit 1886 dit wel vermoeden. Het is een vreemde brief die meer weg heeft van een contract. In acht punten wordt uiteengezet wat de plichten van Rodin en Camille zijn ten opzichte van elkaar. Rodin schreef  “In de toekomst, beginnende vandaag 12 oktober 1886, zal ik geen andere leerling hebben dan Mlle Camille Claudel en ik zal alleen haar beschermen met alle mogelijke middelen die ik heb en met de hulp van mijn vrienden…… Ik zal geen andere leerlingen meer aannemen zodat er geen kans bestaat op het ontstaan van rivaliserende talenten, hoewel ik niet vermoed dat men vaak kunstenaars ontmoet met zo’n natuurtalent ……Na de expositie in mei zullen we naar Italië reizen en daar minstens 6 maanden blijven, het begin van een onverbrekelijke verbintenis, waarna Mlle Camille mijn vrouw zal worden …… Vanaf nu tot de maand mei, zal ik mij met geen enkele vrouw inlaten, als ik dit wel doe, worden alle afspraken ontbonden……Er zal een foto gemaakt worden bij Carjat van Mlle Camille in de stadskleding die zij droeg naar de Academie……Mlle Camille zal in Parijs blijven tot mei en zich verplichten  mij 4 keer per maand in haar atelier te ontvangen”. Wat precies de bedoeling van deze brief was, is niet bekend. Alleen de foto bij Carjat is gemaakt, de andere punten niet tot uitvoering gebracht.

Vanaf de zomer van 1887 maakten Rodin en Camille regelmatig reizen naar de Touraine. Ze verbleven vaak in Château de l’Islette in Azay-le-Rideau. Er is weinig over deze verblijven bekend. Vaak worden deze vakanties in verband gebracht met één van de mysteries uit Camille’s leven: heeft zij kinderen gehad van Rodin en moest ze naar de Touraine om haar zwangerschap(pen) te verbergen? Camille vond in ieder geval in de jaren 1892/93 in de Touraine inspiratie voor het creëren van La Petite Châtelaine. Meer dan tien verschillende versies heeft zij hiervan gemaakt. Het model voor de buste was de zesjarige Marguerite Boyer.

 

Tot 1888 woonde Camille nog bij haar ouders, die geen idee hadden van haar relatie met Rodin. In die tijd was het absoluut ondenkbaar dat een meisje van goede komaf, de maîtresse werd van een vierentwintig jaar oudere man die bovendien nog beeldhouwer was ook. Alleen Paul was op de hoogte van Camille’s geheime relatie. De band tussen broer en zus was van Camille’s kant altijd sterk, zij vertrouwde hem veel toe. In haar ogen was hij de enige die haar begreep temeer daar hij zelf het kunstvak in wilde, als schrijver. Maar Paul is altijd negatief geweest over haar relatie met Rodin.

In 1888 huurde Camille haar eerste eigen woning aan de Boulevard d’Italie. In hetzelfde jaar voegde Rodin aan zijn ateliers een nieuwe werkplaats toe: La Folie Neubourg. Dit huis werd Camille’s nieuwe atelier waar ze ongestoord bezig kon zijn met haar eigen beeldhouw­kunst en samen met Rodin werken aan Les Bourgeois de Calais. In 1888 stuurde ze haar eigen sculptuur Sakountala in voor de Salon des Artistes Français, waar het beeld vol lof werd ontvangen. Dit betekende voor Camille, nog geen 23 jaar oud, het begin van officiële erkenning.

 

In deze tijd kwam Camille Claudel in contact met de twee jaar oudere Claude Debussy. Een nieuw mysterie in haar leven: wat voor relatie hebben Camille en Claude met elkaar gehad? Het is heel moeilijk hier een gefundeerd antwoord op te geven. Robert Godet, een vriend van Debussy schreef dat Camille met nieuwsgierigheid luisterde naar de muziek van Debussy en na elke voordracht dezelfde woorden uitsprak: “geen commentaar Monsieur Debussy”. In een brief aan Robert Godet uit februari 1891 schreef Debussy dat een jonge vrouw, die hij zeer bewonderde, hem abrupt had verlaten en dat ging hem zeer aan het hart. Was deze jonge vrouw Camille Claudel? We weten het niet. Wel heeft Debussy tot aan zijn dood in 1918 een exemplaar van La Valse van Camille in zijn bezit gehad. Dit beeld kan hij op zijn vroegst in 1892 hebben gekregen. Zou Camille zich hebben laten inspireren door de muziek van Debussy bij het creëren van La Valse?

De creatieve jaren (1893-1913)

In het begin van deze jaren was de verhouding tussen Rodin en Camille geen publiek geheim meer. Door haar te introduceren bij vrienden en haar te helpen met opdrachten, had Rodin Camille op weg geholpen naar erkenning en publiciteit. Rodin was er trots op zijn connecties te kunnen gebruiken om zijn leerlinge en haar familie te helpen. In 1890 toen Paul Claudel een diplomatieke carrière wilde beginnen, deed Rodin een goed woordje voor hem bij het ministerie van buitenlandse zaken. Maar zelfs na zijn aanstelling als junior functionaris bij buitenlandse zaken was Paul niet geneigd dankbaar te zijn, noch ten op zichte van zijn zus noch ten opzichte van haar geliefde.

Tegen het einde van 1893 besloot Camille Rodin te verlaten om op zichzelf te gaan werken. Ze brak niet direct alle contact af want in 1894 zijn ze bijvoorbeeld nog samen naar de Touraine gegaan. Waarom heeft Camille Rodin verlaten? Eén van de redenen kan Rodin’s voortdurende relatie met Rose Beuret zijn geweest, in 1892 werd duidelijk dat hij Rose nooit zou verlaten en zelfs overwoog met haar in Meudon te gaan wonen. Een andere reden voor Camille was het feit dat zij in haar ogen te weinig erkenning had gekregen voor al het werk dat ze voor Rodin gedaan had, als zijn leerlinge en rechterhand. Het contact werd steeds minder en Camille ging zich afzetten tegen Rodin; op een gegeven moment wilde ze niets meer van hem weten, ze verweet Rodin haar aan het lijntje te hebben gehouden en haar te hebben gebruikt. Ondanks haar negatieve gevoelens creëerde Camille in deze periode haar grootste meesterwerken zoals Clotho, La Valse, Les Causeuses, La Petite Châtelaine, La Vague en l’Âge Mûr.

Camille’s ergernis voor Rodin werd langzaam omgezet in haat, ze ging Rodin zelfs beschuldigen van diefstal en plagiaat. Door haar teruggetrokken leven begon ze de mensen om zich heen steeds meer te wantrouwen en werd ze achterdochtig. Naar andere mensen toe sprak ze over de ‘bande à Rodin’ die haar ideeën wilde afnemen en haar probeerde te vergiftigen. In haar verwarring ging ze haar werken systematisch vernielen om te voorkomen dat Rodin deze zou weghalen.

In deze moeilijke tijden zou Camille eigenlijk gesteund moeten worden door haar familie maar dat gebeurde niet. Haar moeder negeerde haar omdat ze de familie schande toebracht met haar gedrag; haar zus Louise was getrouwd en had haar eigen leven. Paul was er niet voor Camille: tussen 1895 en 1909 was hij constant buiten Europa werkzaam. De enige die haar voortdurend bleef steunen, was haar vader die haar geld toeschoof om van te leven en haar stimuleerde om zelfstandig kunstwerken te blijven creëren. In 1905 keerde Paul voor korte tijd terug uit China en publiceerde het eerste belangrijke artikel over het oeuvre van Camille. Het artikel kreeg veel succes, Paul die Rodin verantwoordelijk stelde voor alle narigheid rondom Camille, vergeleek Camille’s werk met dat van Rodin zonder hem bij naam te noemen. In hetzelfde jaar vond er een grote expositie van Camille’s werk plaats in de Galerie van Eugène Blot in Parijs. Alle kritieken waren meer dan positief. Alleen met Camille ging het steeds slechter.

De eenzame jaren (1913-1943)

Op zondag 2 maart 1913 overleed Louis-Prosper Claudel op de leeftijd van 86 jaar. Niemand informeerde Camille en ze was dan ook niet op de begrafenis. Paul, nu hoofd van de familie, besloot onmiddellijk Camille op te laten nemen in een inrichting. Daags na de begrafenis bezocht Paul doctor Michaux die, conform de wet uit 1838, een medisch certificaat ondertekende waardoor Camille werd opgenomen. Op maandagochtend 10 maart werd zij overmeesterd door twee verplegers die de toegang tot haar atelier aan de Quai Bourbon forceerden en haar meenamen naar de afdeling Santé Speciale de Ville-Évrard.

Waarom was er eigenlijk zo’n haast bij om Camille op te sluiten? De meest plausibele reden is dat na de dood van Louis-Prosper er niemand meer was om Camille te beschermen. Voor de andere familieleden was zij een lastig persoon geworden met een verwarde geest en besloten zij haar op te laten nemen in een inrichting. Haar moeder en zus wilden niets meer met Camille te maken hebben en zouden haar in de komende 30 jaar ook nooit bezoeken. Paul zou als enige van de familie wel bij Camille langs gaan wanneer hij in Frankrijk was. Maar Camille stond zijn schrijverscarrière in de weg. Mathias Morhardt schreef in 1934 “Paul Claudel is een idioot, wanneer iemand een zus heeft die een genie is, verlaat je haar niet. Maar hij dacht altijd zelf de enige genie te zijn”.  Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kon Camille niet langer in Noord-Frankrijk blijven en werd zij overgeplaatst naar de psychiatrische inrichting Montdevergues in Montfavet, nabij Avignon. Dit nieuwe verblijf was niet veel beter dan het eerste maar had als voordeel voor haar familie, dat het ver weg van de publieke opinie lag. De pers, kunstenaars en critici hadden zich inmiddels al openlijk uitgelaten over “de afschuwelijke opsluiting die alles weg heeft van wraakzucht”. In de inrichting schreef Camille aan haar moeder, haar zus, enkele vrienden en bovenal aan Paul. Deze correspondentie toont een verfijnde geest, een geheugen dat nog helemaal intact was en met de jaren vond zij zelfs berusting in haar lijden. Camille had geaccepteerd dat ze niet meer zou beeldhouwen en geen sociaal leven meer leidde.

 

De jaren gingen voorbij en Camille verbleef in alle eenzaamheid in Montdevergues. Een enkele keer kreeg ze bezoek. De meesten in het gesticht wisten niet dat ze eens een groot kunstenares was. Ze kenden haar alleen als de zus van de schrijver Paul Claudel. Camille werd steeds ouder; haar gezondheid nam af, haar lichaam werkte niet meer optimaal en haar geest werd minder. Toen Paul in september 1943, op dringend verzoek van de artsen, een bezoek aan zijn zus bracht, kon Camille hem nog herkennen en leefde zij op. Een maand later, op 19 oktober 1943 stierf Camille als een oude, onbekende vrouw. Ze werd begraven op het kerkhof van Montfavet, op het gedeelte dat gereserveerd was voor de patiënten van de inrichting. Er was niemand van de familie op haar begrafenis.

In 1962, zeven jaar na de dood van Paul, schreef zijn zoon Pierre een brief aan de burgemeester van Montfavet waarin hij vroeg om het stoffelijk overschot van Camille Claudel te mogen bijzetten in het familiegraf in Villeneuve. Maar Camille’s graf was al geruimd: niemand had destijds gereageerd toen gevraagd was, wat er met het stoffelijk overschot moest gebeuren toen de begraafplaats in Montfavet geruimd werd. Als eerherstel aan Camille heeft de familie Claudel ervoor gezorgd dat op 28 september 1968 een herdenkingsplaat kwam op het kerkhof van Villeneuve-sur-Fère.

<< Camille Claudel, 1864-1943 >>.

© 2001 Karin Haanappel
artikel eerder verschenen in het Singer Bulletin, nummer 14, januari 2001
afbeeldingen zijn niet uit het artikel afkomstig, maar uit powerpointpresentaties van lezingen over Camille Claudel en speciaal bewerkt voor dit blog. Meer informatie over lezingen: www.camille-claudel.nl of stuur een email naar info@karinhaanappel.nl

Camille Claudel Statuaire

Na twee boeken geschreven te hebben, Het Parijs van Isis (2010) en Herstory of Art (2012) wil ik mij nu gaan richten op het schrijven van een biografie over Camille Claudel. Een droom die ik al jaren koester.

In 1994 ben ik afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht in Kunstgeschiedenis en Algemene Letteren met een doctoraalscriptie over Camille Claudel (1864-1943). Al tijdens het onderzoek voor mijn scriptie ontstond het plan om een Nederlandstalige biografie te schrijven over deze talentvolle beeldhouwster.

 

In de afgelopen jaren ben ik nooit gestopt met het verzamelen van literatuur over Camille Claudel en de tijd waarin zij leefde. Ook heb ik de levens bestudeerd van belangrijke personen om haar heen, zoals de beeldhouwer Auguste Rodin (1840-1917) en haar broer, de schrijver Paul Claudel (1868-1955).Om Claudels psyche enigszins te kunnen doorgronden, ben ik mij gaan verdiepen in de Jungiaanse psychologie, een fascinerende studie die mij veel inzichten heeft gegeven. Deze zomer (2012) wil ik starten met letterlijk in de voetsporen te treden van Camille Claudel en alle plaatsen te bezoeken waar zij gewoond en/of gewerkt heeft.

Ik hoop mijn onderzoek naar deze fascinerende vrouw en haar geweldige oeuvre in 2014 te kunnen publiceren, op haar 150e geboortedag (8 december 2014). Ik weet nu al dat het een prachtig boek wordt, voorzien van schitterende full-color foto’s gemaakt door mijn broer, fotograaf Bernd Haanappel. De titel van mijn biografie is Camille Claudel statuaire, zoals geschreven staat op het visitekaartje dat zij gebruikte tussen 1888 en 1899. (statuaire is het Franse woord voor beeldhouwer).

visitekaartje Camille Claudel tussen 1888 en 1899

De bedoeling van dit blog is de lezer op de hoogte te houden van mijn bevindingen tijdens het onderzoek en schrijfproces van mijn boek. Korte berichten plaats ik op de speciale Facebookpagina van het boek: http://www.facebook.com/camilleclaudelstatuaire  Nadat het boek gepubliceerd is, zal ik dit blog blijven gebruiken want wie kan vandaag de dag zeggen dat alles is gezegd over Camille Claudel?

Karin Haanappel, 26 juni 2012