Château de l’Islette, het paradijs van Camille Claudel

Op nog geen twee kilometer ten westen van Azay-le-Rideau ligt, verscholen achter een fraaie zeventiende eeuwse poort, Château de l’Islette. Dit prachtige renaissance kasteel, dat vaak het kleine broertje van Azay wordt genoemd, is vanaf de openbare weg amper te zien. Eenmaal door de poort waan je je in een paradijs. Omarmd door de rivier de Indre ademt het kasteel, inclusief de schitterende tuin, een sfeer van lang vervlogen tijden uit. Het is goed voor te stellen dat Auguste Rodin en Camille Claudel op deze idyllische plek een aantal zomers hebben doorgebracht.

chateau-de-lislette

Château de l’Islette wordt vaak in een adem genoemd met de Franse beeldhouwers Auguste Rodin (1840-1917) en Camille Claudel (1864-1943). Op deze locatie hebben ze niet alleen hard gewerkt, maar vooral genoten van de prachtige omgeving in elkaars gezelschap. Een leven als god en godin in Frankrijk, ver weg van alle misère in Parijs, zonder belerende opmerkingen of jaloerse blikken van anderen. Een sprankje van dit gevoel blijkt uit een brief die Claudel in de zomer van 1892 aan Rodin schrijft, wanneer zij alleen op Château de l’Islette verblijft.

U kunt zich niet voorstellen hoe heerlijk het is in l’Islette. Vandaag heb ik de maaltijd gebruikt in de middenkamer (die als serre dienst doet) waar je de tuin van beide kanten ziet. Madame Courcelle heeft me voorgesteld (terwijl ik er met geen woord van heb gerept) dat u er af en toe zou kunnen eten en zelfs altijd, als u dat prettig zou vinden, (ik geloof dat zij niets liever wil) en het is er zo mooi. Ik heb in het park gewandeld, alles is gemaaid, koren, haver, hooi, je kunt overal vrij doorheen, echt heerlijk. Als u zo lief bent uw belofte gestand te doen, gaan we hier het paradijs beleven. U kunt de kamer krijgen waar u zo graag werkt. Het oudje ligt volgens mij voor u op de knieën. Ze heeft me gezegd dat ik in de rivier kan baden, haar dochter en de meid doen het zonder dat er gevaar bij is. Met uw goedvinden ga ik het ook doen, want het is echt een genoegen en dan hoef ik niet naar de warme baden in Azay. Wees zo lief om een donkerblauw badkostuum voor me te kopen, met witte biesjes, tweedelig, lijfje en pantalon (middelste maat) bij het [Grand Magasin du] Louvre of bij de Bon Marché (van serge) of in Tours! Ik slaap helemaal naakt om me in te beelden dat u er bent, maar als ik wakker word is het niet hetzelfde. Ik omhels u, Camille. Bedrieg me vooral niet meer.

De Loire en zijn kastelen
In Musée Rodin wordt een kwitantie bewaard van een poststuk dat Rodin op 3 juli 1892 naar Claudel in Azay-le-Rideau heeft gestuurd. Het is goed mogelijk dat dit het gevraagde badkostuum betreft. Claudel blijft tot eind oktober in de Touraine en creëert in deze periode een van haar meest geliefde beelden, La Petite Châtelaine. Het is het derde jaar dat zij hier verblijft, alleen deze keer is het zonder Rodin.

In de zomer van 1889 hebben Rodin en Claudel het kasteel in de Touraine ontdekt. Ze zijn de stad Parijs ontvlucht vanwege alle drukte rondom de wereldtentoonstelling en trekken onder andere langs de Loire. Frankrijk en specifiek het Loire gebied kent schitterende kastelen en Rodin wil niets liever dan deze bezoeken en tekenen. Veel van deze tekeningen zijn te bewonderen in het boek Rodin & La Loire dat in 2007 is uitgebracht. De Loire is de langste rivier van Frankrijk en stroomt vanaf de Alpen naar de kust bij Nantes, een afstand van meer dan 1000 kilometer. De meeste kastelen zijn in de vijftiende en zestiende eeuw gebouwd in het gebied tussen Orléans en Angers. In tegenstelling tot hun middeleeuwse voorgangers zijn de renaissance kastelen niet gebouwd ter versterking en verdediging, maar tonen zij de pracht en praal van de Franse adel.

Overeenkomsten met Château Azay-le-Rideau
Vanaf 2010 is Château de l’Islette open voor publiek (zie www.chateaudelislette.fr). Het langgerekte kasteel heeft drie verdiepingen en wordt geflankeerd door twee imposante torens. Ooit stond op deze plek een middeleeuws bouwwerk omgeven door water. De naam ‘Islette’ verwijst nog naar dit eilandje. De vroegste schriftelijke vermeldingen gaan terug naar de late dertiende eeuw. Rond 1500 is men gestart met de verbouwing tot een renaissance kasteel wat destijds een trend in Frankrijk was. In het midden van de zestiende eeuw is Château de l’Islette voltooid, naar het schijnt door dezelfde vakmensen die het kasteel van Azay-le-Rideau hebben gerealiseerd. Dit verklaart de gelijkenissen die aanvankelijk nog sterker zijn geweest. Tot het begin van de negentiende eeuw heeft ook Château de l’Islette een slotgracht. De groeven van de ophaalbrug bevinden zich nog steeds aan de voorzijde van het kasteel, vlak naast het familiewapen. Een andere, voormalige overeenkomst met Azay zijn de spitse en decoratieve torens en dakkapel. Met de verwijdering hiervan heeft het kasteel zijn huidige, classicistische uitstraling gekregen. Het kasteel is nog steeds bewoond. In de zomermaanden geven de eigenaren rondleidingen die zeer de moeite waard zijn.

Hard werken
In juni en juli 1890 verblijven Claudel en Rodin voor het eerst als hôtes payants bij Madame Courcelle op Château de l’Islette. Het kasteel is sinds 1861 in haar familie. Om extra inkomsten te genereren, verhuurt zij kamers. De ligging is gunstig want het station van Azay-le-Rideau is op loopafstand. Van hieruit kan men de omgeving verkennen en tochten maken door de Touraine. In juli 1891 krijgt Rodin de opdracht om een monument voor de schrijver Honoré de Balzac te realiseren. Wanneer hij erachter komt dat Balzac in Tours is geboren, is de keuze gauw gemaakt om wederom een paar maanden met Claudel op Château de l’Islette door te brengen. Na maanden hard werken, keren ze half oktober 1891 terug naar Parijs. Dat ze in Islette opzien baren, is niet in de laatste plaats vanwege hun werkzaamheden. Rodin en Claudel laten hun klei, gips en marmer aanslepen. Regelmatig komen er mensen over de vloer die spullen afleveren of model zitten. Op de begane grond worden de zware materialen bewerkt en in de oostelijke toren op de tweede verdieping hebben ze een atelier ingericht voor het lichtere werk. Zelf slapen ze in de torenkamer op de eerste verdieping, grenzend aan de middenkamer die Claudel in haar brief noemt.

Uit Claudels correspondentie in de jaren 1890 en 1891 blijkt hoe druk zij het heeft met Rodins opdrachten. In deze jaren lukt het haar niet om eigen beelden op de Salon te exposeren. Aan de kunstverzamelaar Léon Gauchez schrijft ze in augustus 1891: Ik heb niet veel nieuwe dingen dit jaar omdat ik nog steeds werkzaam ben bij Monsieur Rodin die erg druk is met zijn monumenten en die bijna geen werknemers heeft om hem te helpen. Ik ben verantwoordelijk….

Twee zwangerschappen
In mei 1892 besluit Claudel om tot eind oktober naar Château de l’Islette te gaan. Het is goed mogelijk dat deze lange periode niet alleen noodzakelijk is om zich aan haar eigen oeuvre te wijden, maar ook om een zwangerschap te verbergen. Net als in 1886 toen zij ruim vier maanden naar Engeland is geweest. Jessie Lipscomb, die samen met Claudel in Rodins atelier heeft gewerkt, heeft altijd volgehouden dat Camille Claudel twee onwettige kinderen van Rodin heeft gehad. In 1886 heeft Rodin beloofd om met Claudel te trouwen. Ruim honderd jaar later is zijn handgeschreven belofte teruggevonden. Er is nooit iets van terecht gekomen. Claudel heeft haar kinderen moeten afstaan en uiteindelijk gekozen voor een eigen carrière als beeldhouwster, zonder Rodin.

Van juni tot augustus 1892 houdt Claudel zich op Château de l’Islette bezig met haar groep walsers. In 1889 was ze hier al mee bezig, maar door de vele werkzaamheden voor Rodin is de groep nog niet gereed. In de Touraine ontwerpt ze de draperieën en voltooit het beeld. La Valse markeert het begin van Claudels eigen stijl en laat zien dat de invloed van Rodin volledig verdwenen is. Het beeld resoneert op niet mis te verstane wijze met de kunstuitingen die wij tot de Art Nouveau rekenen. In 1893 presenteert zij een eerste gipsen versie op de Salon du Champ-de-Mars die een jaar later in brons bij La Libre Esthétique in Brussel is te zien. Een tweede versie in grès flammé is in 1895 te zien bij Bing in zijn Maison de l’Art Nouveau. Er zijn zeven variaties in verschillende materialen en afmetingen bekend van deze tweede versie. La Valse is daarmee een van de meest geliefde beelden.

afb. 1 La Valse BHFOTOGRAFIE1

La Valse en La Petite Châtelaine
In het dagboek van Marie Boyer, dochter van Madame Courcelle en moeder van Marguerite, is te lezen dat Claudel in september 1892 voor het eerst begint met studies voor La Petite Châtelaine. Ruim zestig keer poseert de zesjarige Marguerite Boyer op Château de l’Islette. De buste wordt voor het eerst geëxposeerd in Brussel bij La Libre Esthétique in 1894 als Contemplation. Een maand later is zij te zien op de Salon du Champ-de-Mars als Portrait d’une petite châtelaine. Het kasteelmeisje spreekt tot de verbeelding van velen en raakt mensen diep. Sinds de allereerste verschijning is men enthousiast over de fascinerende en ontroerende buste, die niets dan lof ontvangt in kranten en tijdschriften. In 1895 krijgt Claudel maar liefst vier opdrachten om haar kasteelmeisje in marmer te kappen. Aan haar kinderen en kleinkinderen heeft Marie Boyer verteld dat Rodin destijds naar l’Islette is gekomen met zijn leerlinge Camille Claudel om te werken. Hun atelier bevond zich op de tweede verdieping in een van de torens van het kasteel en Camille heeft daar haar buste van La Petite Châtelaine gemaakt, in 1892, en het is mijn dochter (de kleindochter van Madame Courcelle) die op de leeftijd van zes jaar als model heeft gediend.Een techniek die zij, in tegenstelling tot Rodin, perfect beheerst.

Voor Camille Claudel is Château de l’Islette onlosmakelijk verbonden met La Valse & La Petite Châtelaine. Wat begon als een liefdesparadijs met Rodin is geëindigd in een plek die haar de kracht heeft gegeven om te kiezen voor haar eigen oeuvre. Het is een idyllische plek die nog steeds het geheim koestert van het ware kasteelmeisje.

© tekst Karin Haanappel
© beeld Bernd Haanappel

magazine-en-route-nr-150-najaar-2016

Dit artikel is verschenen in En Route Magazine (nummer 150, najaar 2016). Om de PDF te downloaden, klik hier: het-paradijs-van-camille-claudel-door-karin-haanappel-2016

Advertenties

Update boek Camille Claudel statuaire en de expositie van Rodin in Groningen

Afgelopen voorjaar en zomer heb ik veel progressie gemaakt met de biografie Camille Claudel statuaire. Toen ik eind april 2016 de draad weer op kon pakken, ben ik van vooraf aan begonnen met het doorlezen, aanvullen en omgooien van de tekst. In eerste instantie waren er vier hoofdstukken, dit heb ik aangepast. Er komen nu zes hoofdstukken plus een voorwoord, proloog, epiloog, brief aan Camille en 8 bijlagen, naast schitterende foto’s, een uitgebreide literatuurlijst en meer dan 1200 eindnoten.

inhoud-camille-claudel-statuaire

Verdiept in de wereld van Camille heb ik tot begin september niets anders gedaan dan schrijven en herschrijven, onderzoeken en in het juiste perspectief plaatsen van alle gegevens. En toen moest ik stoppen want het collegeseizoen ging van start. Het eind van mijn boek was in zicht want ik had het vijfde hoofdstuk bijna afgerond. Aanvankelijk dacht ik nog het lesgeven en schrijven te kunnen combineren, maar helaas. Zeven colleges per week vragen, naast het doceren, ook voorbereiding en reistijd om overal heen te rijden. En weer belandde ik in de spagaat tussen doceren en schrijven met als gevolg dat Camille nu weer rustig ligt te wachten totdat ik de draad weer op kan pakken.

Ondertussen nadert het moment dat in Groningen de mega tentoonstelling over Rodin opengaat voor publiek (19 november 2016 – 30 april 2017). Natuurlijk was het geweldig geweest als het boek vanaf het begin van deze expositie leverbaar zou zijn, alleen al om tegenwicht te bieden aan de mythe van Rodin die in Groningen groots wordt uitgedragen. Maar dit is niet het geval. Het boek is nog niet gereed. Net als Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine nog niet open is voor publiek. Samen keken we twee jaar geleden reikhalzend uit naar de 150e geboortedag van Camille, wat een prachtig moment om het boek te lanceren en het museum te openen. Blijkbaar heeft Camille Claudel andere plannen met ons……

mythe-van-rodin

Om toch een tegenwicht te bieden aan de hardnekkige mythe van Rodin heb ik gisteren een artikel geschreven. Veel zinnen zijn geciteerd uit de biografie van Camille en momenteel nog ongepubliceerd, maar het is belangrijk dat Rodin in het juiste perspectief wordt geplaatst. De tekst mag gedeeld worden, maar uitsluitend met naamsvermelding. Het artikel heb ik geplaatst op een nieuw blog: De mythe van Rodin, hoe een kleine man groot werd. Het is tevens de titel van een boek dat ik zal schrijven nadat de biografie van Camille leverbaar is. In mijn onderzoek ben ik heel veel informatie tegengekomen waar geen plaats voor is in Camille’s boek. Toch is het essentieel om deze informatie uit te dragen en daarom kies ik voor een separate publicatie over Rodin. Volgend jaar is het 100 jaar geleden dat Rodin is overleden, een goed moment om aan zijn boek te werken. Ik ben het Camille Claudel en al die anderen die hij heeft gebruikt voor zijn succes verplicht. JUSTICE pour tout!

Kijk op https://mythevanrodin.wordpress.com/ voor het blog over de mythe van Rodin. Volg de bijbehorende facebookpagina https://www.facebook.com/MythevanRodin
En lees vooral het artikel: De mythe van Rodin – korte uiteenzetting.

Le temps remettra tout en place

© Karin Haanappel
13 november 2016

 

 

 

 

Camille Claudel in perspectief: wanneer is deze foto gemaakt?

Gisteren plaatste ik een foto van Camille Claudel op Facebook met de vraag: Weten jullie wanneer deze foto van Camille is gemaakt? Stem je eens af op haar en probeer het te ‘zien’, laat je niet misleiden door de diverse jaartallen die bij deze foto worden vermeld door diverse bronnen. Morgen vertel ik het verhaal achter deze foto!

Dit is de foto.

camille claudel 1888

De achtergrond van de foto en de pose van Camille tonen overduidelijk aan dat zij geposeerd heeft voor de camera. Waarschijnlijk heeft zij enige tijd stil moeten zitten/staan voordat de foto gemaakt is. Dat verklaart ook de ‘serieuze’ blik. Bekijk de video van Vox maar eens waarin uitgelegd wordt ‘Why people never smiled in old photos’.

In de 19e eeuw is fotografie een relatief nieuw medium en absoluut niet te vergelijken met vandaag de dag.  Er zijn diverse theorieën waarom mensen niet lachend werden afgebeeld in die tijd. Klik hier om het artikel van Vox te lezen. De belangrijkste punten zijn:

  1. De belichtingstijd in de beginperiode van de fotografie maakt het lastig om een (glim)lach vast te leggen zonder dat het beeld wazig wordt.
  2. Het tonen van emoties wordt in de 19e eeuw gezien als barbaars en ongeciviliseerd.
  3. De vroege fotografie is sterk beïnvloed door portretschilderijen waarin ook niet wordt gelachen (hangt samen met punt 2).
  4. In de 19e eeuw wordt fotografie gezien als een poort naar onsterfelijkheid. De zgn. postmortem-fotografie was destijds een serieus en succesvol genre.

De foto van Camille Claudel is ongetwijfeld gemaakt ter gelegenheid van een speciale gebeurtenis. Wanneer we haar gezicht vergelijken met foto’s die gedateerd zijn, kunnen we concluderen wanneer bovenstaande foto gemaakt moet zijn. Ik heb de foto vergeleken met een foto uit het najaar van 1886, die gemaakt is bij fotograaf Carjat in Parijs. Camille draagt “haar dagelijks toilet dat zij naar de academie droeg”. (noot 1). De foto van Carjat is gemaakt ter gelegenheid van het door Rodin beloofde huwelijk met Camille Claudel. Op 8 december 1886 wordt Camille 22 jaar, de foto van Carjat zal een paar maanden voor haar verjaardag zijn gemaakt.

Camille 1886-1888

Gezien de kleding en het gelaat van Camille is de foto van Carjat een paar jaar eerder genomen. Wanneer we de brieven doorlezen die Camille heeft geschreven in de periode 1886-1894 (de jaartallen die door verschillende bronnen worden gegeven aan de foto) is dé gelegenheid bij uitstek voor een foto het huwelijk van zus Louise met Ferdinand de Massary. Dit huwelijk vond plaats in Villeneuve-sur-Fère op 16 augustus 1888. Camille noemt deze datum in een brief aan Florence Jeans. Zij schrijft verder “Ik stuur u een staaltje van mijn bruiloftsjurk, zeg me hoe u hem vindt, ik draag er een grote, zwartfluwelen hoed bij. Wij worden momenteel helemaal in beslag genomen door de voorbereidingen van het huwelijk: het is echt om gek van te worden.” (noot 2)

Wanneer we bovenstaande foto in relatie brengen met het huwelijk van Louise in augustus 1888 klopt het plaatje precies. De speciale gelegenheid voor de foto is duidelijk, de zwartfluwelen hoed is zichtbaar op de foto. Camille draagt verder een dunne omslagdoek over haar jurk. Aan de rechterkant van de foto (waar de signatuur doorgestreept is) schijnen haar armen door de franjes heen. Het is duidelijk zomerse kleding voor een speciale gelegenheid. Ook de prachtige broche onderstreept dit gegeven.

Vanuit onze eigen tijdgeest en de kennis over de verdere levensverloop van Camille Claudel hebben we de neiging om een intens verdrietige blik te zien in deze foto. De gedachte aan haar eigen, beloofde huwelijk zal ongetwijfeld door haar hoofd hebben gespeeld tijdens haar zusters bruiloft, maar ze heeft nog geen reden om aan te nemen dat Rodin zijn belofte niet zal nakomen.In 1890 huurt hij voor hen samen een oud vervallen landhuis aan de Boulevard d’Italie nummer 68. Een jaar later ontdekken ze samen Château de l’Islette in de Touraine. Klik hier voor meer informatie over dit kasteel. Eind 1892 verlaat Camille hem pas, dat is ruim 4 jaar na het maken van de foto tijdens het huwelijk van haar zus Louise.

© Karin Haanappel, 2 mei 2016

Meer lezen? Zodra mijn biografie Camille Claudel statuaire leverbaar is, kun je alles nalezen. Wil je verzekerd zijn van een (gesigneerd) exemplaar, stuur dan een email naar: haanappelpublishers@hotmail.com


Noten

1. Correspondance (2014) pag. 41. Rodin schrijft in het ‘huwelijksdocument’ van 12 oktober 1886 “[…] Il sera fait une photographie chez Carjat dans la costume que Mlle Camille portait à l’académie toilette de Ville”.
2. Correspondance (2014) pag. 64, 65. Camille schrijft aan Florence “[…] Je vous envoie un échantillon de ma robe de noce, dites-moi si elle vous plaît, je la mettrai avec un grand chapeau en velours noir. Nous sommes plongés en ce moment dans tous les préparatifs du marriage: il y a de quoi devenir fou je vous assure.”

Literatuur
Correspondance (2014): Camille Claudel, Correspondance. 3e edition revue et augmentée. Samengesteld door Anne Rivière en Bruno Gaudichon. Gallimard, Paris.

Update boek Camille Claudel statuaire, voorjaar 2016

Het is een tijdje stil geweest vanaf mijn kant. En dat is niet voor niets. Vanaf eind augustus 2015 heeft mijn boek Camille Claudel statuaire helaas stilgelegen. Het lukte me niet om naast mijn taak als mantelzorger, mijn eigen gezin en mijn werk als docent kunstgeschiedenis de tijd en de energie te vinden om het boek goed en gedegen af te ronden.

Vanaf eind april zijn de meeste colleges kunstgeschiedenis van dit seizoen afgelopen. Daardoor is er tijd gekomen om mijn document weer te openen, door te lezen en te voltooien. Ik ben heel blij weer aan de slag te kunnen gaan met het levensverhaal van Camille Claudel. Het is ook noodzakelijk om tegenwicht te kunnen bieden aan de mythe van Rodin. Komend najaar opent er een grote tentoonstelling in het Groninger Museum ‘Rodin – Genius at work’. Met ruim 120 beelden en 20 werken op papier is dit de grootste Rodin tentoonstelling ooit in Nederland. (19 november 2016 t/m 30 april 2017)

Uit het persbericht: Auguste Rodin (1840-1917) is de grootste en invloedrijkste beeldhouwer van de moderne tijd. In zijn werk gaat het niet alleen om de geïdealiseerde vormen van het menselijk lichaam, maar ook om het tonen van het maakproces zelf. Rodin – Genius at Work toont gipsen en bronzen beelden, waaronder bekende werken als De Denker en Balzac, marmeren figuren, keramiek en nooit eerder vertoonde foto’s die blijk geven van de creativiteit van de kunstenaar. Ook laat de tentoonstelling het buitengewone werkproces zien achter een aantal van zijn bekendste werken, zoals De Kus. De tentoonstelling over Rodin is samengesteld door Musée Rodin in Parijs en het Museum of Fine Arts in Montreal. 

Rodin-Pygmalion-Galatea-1
Auguste Rodin (1840­-1917), Pygmalion et Galatée (maquette), 1889, Plaster, 43,5 x 27,7 x 31 cm, Paris, Musée Rodin, © musée Rodin. Photo Christian Baraja.

Ik ben benieuwd in hoeverre er aandacht besteed zal worden aan de rol van Camille Claudel in Rodins oeuvre. De mythe van Rodin als vader van de moderne beeldhouwkunst is hardnekkig. Le temps remettra tout en place, ik doe mijn best om mijn boek over Camille Claudel zo snel als mogelijk gereed te hebben.

© Karin Haanappel, 2 mei 2016

 

Camille Claudel als pionier van de Art Nouveau in het Parijs van de Belle Époque

Op de wereldtentoonstelling van 1900 oogt Parijs bruisend en vol zelfvertrouwen. De nederlaag tegen Duitsland in 1871 lijkt vergeten. Wie het zich kan permitteren bezoekt de Franse hoofdstad en ervaart haar glorie. Het Parijs van baron Haussmann is overal zichtbaar en de Art Nouveau is een voldongen feit. Een van de deelnemende kunstenaars aan de Exposition Universelle is de Franse beeldhouwer Camille Claudel (1864-1943) die tegenwoordig vooral bekend is als leerling en geliefde van Auguste Rodin (1840-1917), maar zij is zoveel meer dan dat. Zij kan met recht een pionier van de Art Nouveau genoemd worden.

afb. 1 La Valse BHFOTOGRAFIE1
Afb. 1) Camille Claudel, La Valse, 1895, grès polychrome, hoogte 40,5 cm, collectie Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine. Eind 2015 opent dit museum haar deuren, zie www.museecamilleclaudel.com (© Bernd Haanappel Fotografie).

De wereldtentoonstelling van 1900 wordt gehouden van 14 april tot 12 november en trekt ruim vijftig miljoen bezoekers! Voor Parijs is het de vijfde keer binnen een halve eeuw dat er een Exposition Universelle wordt georganiseerd. Deze Expo moet alle vorige edities overtreffen en is zonder meer het hoogtepunt van het Fin-de-Siècle. Enerzijds blikt men terug naar het verleden, vooral naar de verworvenheden van de negentiende eeuw en anderzijds kijkt men vooruit naar de ontwikkelingen en vernieuwingen van de twintigste eeuw. In de architectuur heeft men gebroken met historiserende neostijlen en qua decoratie schuwt men geen weelderigheid en kleur.

Het is opvallend dat nagenoeg alle Europese landen een variant van de Art Nouveau tonen, die zij Jugendstil, Modern Style, Liberty Style, Modernismo, Secession of Nieuwe Kunst noemen. De term Art Nouveau is afkomstig van de kunsthandelaar Siegfried Bing die in oktober 1895 zijn Galerie de l’Art Nouveau heeft geopend. Vanaf het begin heeft hij werk van Camille Claudel geëxposeerd. Haar beelden resoneren vanaf 1892, het moment waarop zij het atelier van Rodin verlaat en zelfstandig verder gaat, op een niet mis te verstane wijze met de kunstuitingen die wij tot de Art Nouveau rekenen. La Valse markeert het begin van Claudels eigen stijl en laat zien dat de invloed van Rodin volledig verdwenen is. In 1893 presenteert zij een eerste gipsen versie op de Salon du Champs-de-Mars die een jaar later in brons bij La Libre Esthétique in Brussel is te zien. Een tweede versie in grès flammé (afb. 1) is in 1895 te zien bij Bing. Er zijn zeven variaties in verschillende materialen en afmetingen bekend van deze tweede versie. La Valse is daarmee een van de meest geliefde beelden.

Het bruisende Parijs
In het voorjaar van 1881 verhuist vader Claudel zijn vrouw en kinderen naar Parijs, zelf blijft hij in de provincie wonen vanwege zijn werkzaamheden. De reden voor de verhuizing is niet de passie voor de beeldhouwkunst van zijn oudste dochter, maar de studie van zijn enige zoon. Paul Claudel is zeer begaafd en zijn vader wil hem het beste geven wat mogelijk is: het Lycée Louis-le-Grand in Parijs zodat hij daarna aan de Sorbonne kan studeren. Om de twaalfjarige Paul niet alleen in de grote stad onder te brengen, wordt hij vergezeld door zijn moeder en twee zussen. Paul zelf vindt de grote stad verschrikkelijk en kan niets anders dan zijn oudste zus Camille de schuld geven van deze verhuizing. Voor haar is het namelijk een droom die uitkomt. Op jonge leeftijd heeft zij in de omgeving van Villeneuve-sur-Fère donkere aarde ontdekt die kneedbaar en vormbaar is en “met een niet aflatende trouw aan haar ziel besluit zij statuaire [beeldhouwer] te worden.” Deze laatste woorden zijn afkomstig uit het artikel ‘Mademoiselle Camille Claudel’ uit de Mercure de France (1898). De journalist/schrijver Matthias Morhardt kan tegenwoordig gezien worden als Claudels eerste biograaf. Hij is de eerste die schrijft over haar jeugd, haar passie voor het beeldhouwen op zeer jonge leeftijd, haar eerste werken en haar blijdschap wanneer haar vader besluit zijn gezin naar Parijs te verhuizen. Hij vertelt hoe zij, nadat zij al een eigen atelier had en succesvol op de Salon had geëxposeerd, Rodin heeft ontmoet en uiteindelijk akkoord ging met Rodins aanbod om zijn leerling te worden. Morhardt geeft aan dat haar verblijf in Rodins atelier zo’n vier tot vijf jaar heeft geduurd en dat deze jaren voor Rodin zeer succesvol zijn geweest. Wanneer Claudel besluit om zelfstandig verder te gaan omdat ze bij Rodin geen tijd heeft voor haar eigen kunst, is dat weliswaar een domper voor Rodin, maar het is duidelijk dat Claudel een groot beeldhouwer is die terecht onder haar eigen naam gaat werken. Morhardt onderscheidt haar beelden van die van Rodin en schrijft haar vol vuur en geestdrift een bevoorrechte positie toe. Hij begrijpt de originaliteit en ge­durfdheid van haar stijl en vergelijkt haar met de grote meesters uit de kunstgeschiedenis. Daarmee zet hij haar als een pionier van de Art Nouveau neer: “Mademoiselle Camille Claudel heeft een Art Nouveau (Nieuwe Kunst) gecreëerd: het is goud dat zij heeft gevonden. Het is goud dat haar toebehoort.”(eindnoot 1)

afb. 2 CC 1903
Afb. 2) Camille Claudel kapt Vertumne et Pomone. (foto uit het tijdschrift Femina, 1903)

Mordhardts woorden zijn vooruitstrevend, want het is niet gebruikelijk dat vrouwen uit de gegoede burgerij zich manifesteren als professionele kunstenaars. Zij horen zich in de privésfeer op te houden en zich te ontfermen over hun huiselijke taken. Toch is hij zeker niet de enige geweest die zich positief heeft uitgelaten over Claudels oeuvre, al vindt men het soms lastig te accepteren dat zij een vrouw is. De algemeen geldende opvatting is immers dat genialiteit bij uitstek een mannelijke deugd is en vrouwen derhalve niet in staat kunnen zijn om grootse werken te creëren. In 1895 schrijft de kunstcriticus Octave Mirbeau: “Weet je dat wij getuige zijn van iets unieks, een opstand tegen de natuur: een vrouw als genie?”(eindnoot 2) Mirbeaus verbazing dat zij geen man is, klinkt duidelijk door. Desondanks is hij buitengewoon enthousiast over haar beelden en stelt zelfs dat “zij de meest geniale vrouw van haar tijd is en het genie van een man heeft.”(eindnoot 3) In 1903 noemt Gabrielle Réval haar een van de grootste Franse beeldhouwers en een toonbeeld van vrouwelijke genialiteit. Twee jaar later noemt Maurice Hamel haar marmeren Vertumnus et Pomone een meesterwerk waarin je de hand van de kunstenaar zelf ervaart en niet die van een praticien (afb. 2).

L’Âge mûr
Wanneer Camille Claudel in 1892 Rodin verlaat, is dat artistiek gezien voor hem een groot verlies. In de tien jaar dat zij samen hebben gewerkt, heeft hij als beeldhouwer bekendheid gekregen. Veel van zijn meesterwerken zijn juist in deze jaren ontstaan. Zoals gebruikelijk in die tijd verlaat al het werk het atelier onder zijn naam. Hoewel Rodin haar zeker de mogelijkheid heeft gegeven om eigen beelden te creëren, heeft Claudel tot 1892 het merendeel van haar tijd aan zijn oeuvre besteed. Haar ideeën waren briljant, haar uitvoeringen fantastisch. Rodin voelde zich gedragen door deze vrouw die als geen ander precies begreep wat het is om statuaire te zijn. Er is zonder meer sprake geweest van een ‘kunstbestuiving’: passie in de kunst en passie in de liefde, maar op het moment dat Claudel haar eigen pad gaat bewandelen, heeft Rodin moeite om zijn creatieve inspiratie te (her)vinden – zijn muze is vertrokken. Claudel daarentegen bruist van de ideeën en komt tijd en geld te kort om alles uit te voeren. In de jaren tot 1900 creëert zij naast La Valse onder andere Clotho, La petite Châtelaine, Les Causeuses, La Vague en L’Âge mûr (afb. 3).

afb. 3 De Rijpe Leeftijd
Afb. 3) Camille Claudel, L’Âge mûr, 1898, gips, hoogte 114 cm (naar het brons). Er bevindt zich een bronzen beeld in Musée d’Orsay (opdracht uit 1902) en in Musée Rodin (uit de voormalige verzameling van Philippe Berthelot). Het gipsen beeld is tijdens het gieten in 1913 verloren gegaan. (foto nr. 3712 van Le Service des Beaux-Arts. Salon de 1899. Photographié par L. Mercier).

L’Âge mûr (De Rijpe leeftijd) wordt vaak beschreven als een autobiografisch werk. Het zou Rodin voorstellen die door zijn levensgezellin Rose Beuret meegevoerd wordt en een totaal ontredderde Camille Claudel achterlaat die smeekt om niet verlaten te worden. Deze uitleg komt absoluut niet overeen met de titel van het werk en is door Claudel zelf nooit gesuggereerd. Het is haar broer Paul die in 1951 met deze interpretatie een verantwoording geeft voor de internering van zijn zus. Hij stelt dat het vertrek van Rodin zijn zus waanzinnig heeft gemaakt waardoor hij genoodzaakt was haar op te sluiten in een krankzinnigeninrichting. In 1943 sterft zij eenzaam en verlaten, beroofd van haar vrijheid en creativiteit, na dertig jaar gevangenschap. Het is zeer te betreuren dat de woorden van Paul Claudel tot op de dag van vandaag herhaald worden, waardoor ze iedere keer opnieuw bevestigd en bestendigd raken. Hoogste tijd om deze gecreëerde waarheid van Paul Claudel in een ander daglicht te plaatsen.

L’Âge mûr toont de lotsbestemming van de mens of, zoals Armand Silvestre (inspecteur van het ministerie van Schone Kunsten) in 1898 schrijft bij het zien van de gipsen versie: “De man die aan het einde van zijn leven is, wordt op een duizelingwekkende manier meegetrokken door de ouderdom terwijl hij een onnodige hand uitstrekt naar de jeugd die hem tevergeefs zou willen volgen. Mlle Claudel heeft de hand van haar belangrijkste personage losgemaakt van die van de figuur van de jeugd om de afstand te benadrukken. Zij heeft de figuur van de ouderdom goed uitgewerkt en wapperende draperieën toegevoegd die de snelheid van het lopen accentueren. Het is een zeer moderne uitvoering. Het beeld zou een uitvoering in brons zeker verdienen, zoals de kunstenaar vraagt, en ik kan niet anders dan een positief advies geven op dit verlangen.”(eindnoot 4) In het voorjaar van 1899 exposeert Camille het beeld op de Salon. In de Saloncatalogus staat te lezen L’Âge mûr (groupe fantastique), plâtre (appartient à l’État). Er zijn veel positieve recensies. In La Plume staat vermeld dat “Mlle Camille Claudel een bewonderenswaardige maakster van meesterwerken is, sinds Carpeaux is er niemand meer geweest die een dergelijke beweging kan uitdrukken.”(eindnoot 5) La Revue de Paris stelt dat “door de welsprekendheid van haar tragische realisme Mademoiselle Claudel met een groep als L’Âge mûr gelijk staat aan de gedurfde beeldhouwers uit de vijftiende eeuw. Een vrouw geknield strekt de armen vol verlangen uit naar de man terwijl de Dood de vernietiging al heeft gemarkeerd en hem bij de vreugden des levens wegtrekt.”(eindnoot 6)

Op 16 juni 1899 wordt door het ministerie van Schone Kunsten het besluit opgesteld om L’Âge mûr in brons uit te voeren, maar zonder reden wordt de opdracht op 24 juni ingetrokken. Na afloop van de Salon wordt het beeld naar Claudels atelier gebracht. Daar bevindt het zich in 1913, op het moment van internering, nog steeds. Ze heeft het nooit teruggebracht naar het Dépôt des Marbres, ‘ce grand cimetière de sculpture de la rue de l’Université’. Philippe Berthelot, een vriend van haar broer Paul en tevens een groot kunstliefhebber, wordt daags na haar opsluiting belast met de inventarisatie van haar atelier. Hij laat het gipsen beeld in brons gieten volgens de cire perdue methode. Het bronzen beeld krijgt een mooie plek in de salon van zijn appartement aan de Boulevard du Montparnasse. Het is opmerkelijk dat Berthelot de mogelijkheid heeft gekregen om zijn eigen kunstverzameling te verrijken met Claudels oeuvre, L’Âge mûr is namelijk niet het enige beeld dat hij zich heeft toegeëigend. Terwijl Paul Claudel de wereld laat geloven dat zijn zus haar beelden als een waanzinnige heeft vernietigd, staan velen te schitteren bij zijn vriend Berthelot.

afb. 4 La Fortune BHFOTOGRAFIE1
Afb. 4) Camille Claudel, La Fortune, 1900, brons, hoogte 48 cm. Er bevindt zich een bronzen beeld in Musée Sainte-Croix in Poitiers en in de collectie van Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine. De overige bronzen zijn in privécollecties. (© Bernd Haanappel Fotografie).

Le temps remettra tout en place
Rond 1900 komt Camille Claudel in contact met de kunsthandelaar Eugène Blot. Op aanraden van de kunstcriticus Gustave Geffroy is hij bij haar langs gegaan en is diep onder de indruk van haar werk. Hij koopt direct de gipsen beelden van La Fortune (afb. 4) en L’Implorante en de rechten om deze in brons te laten gieten. La Fortune, de draaister aan het wiel van de tijd, is een schitterende uitdrukking van de tijdgeest van de Belle Époque. Het is het eerste beeld dat Blot in brons laat gieten en wordt in 1904 op de Salon d’Automne geëxposeerd. In La Vie parisienne staat te lezen: “U ziet het bronzen beeld van Mlle Claudel, een kunstenaar van wie men zou kunnen zeggen dat ze een genie is, als dit woord gebruikelijk zou zijn geweest voor vrouwen. Zij toont ons een kleine Fortune, die in haar verfijning en kracht iets heeft van de naaktheid van Watteau, en Rodin ontwijkt als een blok.”(eindnoot 7)

afb. 5 galerie Blot 1908
Afb. 5) De galerie van Eugène Blot met beelden van Camille Claudel. (anonieme foto, 1908).

Blot organiseert verschillende exposities in zijn galerie (afb. 5) en verkoopt veel van haar beelden in brons. In 1937, een jaar voor zijn dood, doet hij zijn kunsthandel van de hand. In het verkoopcontract staat vermeld hoeveel beelden hij van Camille Claudel heeft verkocht. De aantallen maken zonder meer duidelijk dat haar werk populair is. Bovendien geeft het contract een heel ander beeld dan Paul Claudel schetst wanneer hij stelt dat het oeuvre van zijn arme zuster door haar waanzin is vernietigd. Echter, de meeste beelden die Blot heeft verkocht, bevinden zich nog steeds in particuliere collecties en zijn daardoor voor het grote publiek amper zichtbaar.

Verkoopcontract Galérie Blot (1937) betreffende de bronzen beelden van Camille Claudel

Titel Afmetingen in cm Max. oplage in brons Verkochte werken
Imploration 0,69 x 0,65 10 5
Imploration 0,29 x 0,27 100 59
Abandon 0,63 x 0,56 25 18
Abandon 0,42 x 0,38 25 14
Sirène 0,53 25 6
Au coin du feu 0,22 ongelimiteerd 65
La Fortune 0,48 50 15
La Pensée 0,45 25 6
Intimité 0,24 x 0,21 25 10
Aurore (buste) 0,34 25 6
La Valse 0,50 50 24
La Valse 0,23 25 4

Van Imploration (L’Implorante – De Smeekster) zijn veel bronzen verkocht. Bovendien moet er zelfs een marmeren versie zijn geweest die vandaag de dag spoorloos is, net als de marmeren Clotho en de marmeren Hamadryade. In tegenstelling tot Rodin heeft Claudel altijd zelf gekapt. Rodin heeft daar nooit een geheim van gemaakt, hij heeft immers zijn eigen talenten: tekenen en boetseren. Maar wanneer zijn oeuvre door de wereldtentoonstelling in 1900 bij het Amerikaanse publiek bekend raakt, verandert er veel. De Amerikanen zien in hem een grote meester en plaatsen hem op een hoog voetstuk waardoor bepaalde aspecten voortaan verzwegen moeten worden.

Blot schrijft in 1932 een lange brief aan Camille Claudel. Ze is dan bijna twintig jaar opgesloten. Hij is haar na jaren weer op het spoor gekomen. Heeft zij deze brief ontvangen en gelezen? Of is deze, zoals haar familie eist, onderschept en direct gearchiveerd? “[…] X bewaart nog altijd een schitterende herinnering aan uw marmer van L’Implorante (door mij voor de Salon van 1904 in brons gegoten), dat hij als het manifest van de moderne beeldhouwkunst beschouwt. U was eindelijk ‘uzelf’, volkomen los van de invloed van Rodin, met een even grote bezieling en een even groot vakmanschap. […] Op een keer dat Rodin bij me op bezoek kwam, zag ik hoe hij plotseling bleef staan voor dat beeld, er aandachtig naar keek, zachtjes over het brons streek en huilde. Ja, huilde. Als een kind. Hij is nu al vijftien jaar dood. In feite heeft hij alleen van u gehouden Camille, dat kan ik nu wel zeggen. De hele rest – die erbarmelijke avontuurtjes, dat potsierlijke mondaine leven, hij bleef uiteindelijk toch een man van het volk –, dat was een uitlaat voor zijn extreme gevoelens. Hij heeft u veel verdriet gedaan. […] Le temps remettra tout en place.”(eindnoot 8) En de tijd zorgt er inderdaad voor dat alles weer op z’n plaats valt. In mijn boek Camille Claudel statuaire laat ik, na ruim twintig jaar onderzoek, een nieuw en helder licht schijnen over de gebeurtenissen in het leven van deze zeer getalenteerde vrouw, waardoor zij haar rechtmatige positie in de kunstgeschiedenis (terug)krijgt.

AUTEUR
Drs. Karin Haanappel (1968) afgestudeerd in Kunstgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit Utrecht in 1994 met de doctoraalscriptie Camille Claudel, l’or qu’elle trouve. Auteur van Het Parijs van Isis (2010), Herstory of Art (2012) en Camille Claudel statuaire (2015). Momenteel werkzaam aan een onderzoek naar Berthe Morisot en een verdieping op Herstory of Art. Daarnaast docent kunst- en cultuurgeschiedenis (www.karinhaanappel.nl).

SAMENVATTING
Camille Claudel staat bekend als leerling en geliefde van Auguste Rodin, maar zij was veel meer dan dat. Wanneer zij in 1892 het atelier van Rodin verlaat om voor zichzelf te werken, resoneren haar beelden op niet mis te verstane wijze met de Nieuwe Kunst uit de Belle Époque. Ze exposeert op diverse Salons en bij verschillende galeriehouders en kan met recht een pionier van de Art Nouveau worden genoemd. Alle recensies zijn lovend, men noemt haar zelfs “de meest geniale vrouw van haar tijd.” Omdat het voor vrouwen uit de gegoede kringen niet gebruikelijk is om zich te manifesteren als zelfstandig en professioneel kunstenaar wordt zij voor haar familie een groot schandaal. In 1913 laten zij haar waanzinnig verklaren en sluiten haar op in een krankzinnigeninrichting. Het is belangrijk haar levensverhaal te ontdoen van alle gecreëerde waarheden en Camille Claudel te belichten als een groot beeldhouwer zodat zij haar rechtmatige plaats in de kunstgeschiedenis (terug) krijgt.

LITERATUUR
J. Cassar, Dossier Camille Claudel, Parijs 1987.
K. Haanappel, Herstory of Art, Geesteren 2012.
K. Haanappel, Camille Claudel statuaire, Doorwerth 2015.
M. Morhardt, “Mademoiselle Camille Claudel” (oorspr. Mercure de France 1898), in J. Cassar, Dossier Camille Claudel, Parijs 1987, pp. 455-497.
R.M. Paris, Camille Claudel, re-trouvée. Catalogue raisonné, nouvelle édition revue et complétée, Parijs 2000.
A. Rivière, B. Gaudichon en D. Ghanassia, Camille Claudel, catalogue raisonné, nouvelle edition revue et augmentée, Parijs 2000.
A. Rivière en B. Gaudichon, Camille Claudel, Correspondance, 3e édition revue et augmentée, Parijs 2014.

EINDNOTEN
(1) Mademoiselle Camille Claudel a crée un Art Nouveau: c’est de l’or qu’elle a trouvé. C’est de l’or qui est à elle. Matthias Morhardt, Mercure de France (1898). Cassar 1987, pp. 490.
(2) Sais-tu bien que nous voilà en présence de quelque chose d’unique, une révolte de la nature: la femme de génie? Octave Mirbeau, Le Journal (12 mai 1895). Paris 2000, pp. 367.
(3) C’est la femme la plus géniale de son temps : elle a du génie, comme un homme en aurait beaucoup. Octave Mirbeau, Le Journal (12 mai 1895). Paris 2000, pp. 367
(4) L’homme à la fin de sa maturité est vertigineusement entraîné par l’âge tandis qu’il tend une main inutile vers la jeunesse qui voudrait le suivre en vain. L’artiste n’a fait à sa maquette que peu de modifications. Mlle Claudel a séparé la main de son principal personnage de celle de la figure de la jeunesse pour en mieux exprimer l’éloignement. Elle a de plus enveloppé la figure de l’Âge, de draperies volantes qui accusent la rapidité de sa marche d’une facture très moderne. Il mériterait l’exécution en bronze que l’artiste demande et je ne puis que donner un avis favorable à son désir. Rivière e.a. 2000, pp. 148-149.
(5) Mlle Camille Claudel est une admirable productrice de chef d’œuvre. L’Âge mûr est d’un mouvement qu’on n’a pas vu depuis Carpeaux. Yvanhoé Rambosson, La Plume, 1899, Salon du Champs-de-Mars. Paris 2000, pp. 349.
(6) Dans un groupe de l’Âge mûr, Mademoiselle Camille Claudel égale les hardis statuaires du XVe siècle par l’éloquence de son réalisme tragique. Une femme jetée en avant de tout son désir tend les bras vers l’homme que la Mort a déjà marqué de sa flétrissure et qu’elle entraîne loin des joies de la vie.  Maurice Hamel, La Revue de Paris, Salons de 1899. Paris 2000, pp. 349.
(7) Vous verrez aussi le bronze d’une statuette de Mlle Claudel, une artiste dont on pourrait dire qu’elle a du génie, si le mot n’avait été trop employé, et qui vous montre une petite Fortune, qui semble avec sa finesse et sa puissance quelque nudité de Watteau, s’esquivant d’un bloc de Rodin. Jakienski, La Vie parisienne, octobre 1904. Paris 2000, pp. 416.
(8) […] X garde un souvenir encore émerveillé de votre marbre de L’Implorante (fondu par moi en bronze pour le salon de 1904), qu’il considère comme le manifeste de la sculpture moderne. Vous étiez enfin « vous-même », libérée totalement de l’influence de Rodin, aussi grande par l’inspiration que par le métier. […]Un jour que Rodin me rendait visite, je l’ai vu soudain s’immobiliser devant ce portrait, le contempler, caresser doucement le métal et pleurer. Oui, pleure. Comme un enfant. Voilà quinze ans qu’il est mort. En réalité, il n’aura jamais aimé que vous, Camille, je puis le dire aujourd’hui. Tout le reste – ces aventures pitoyables, cette ridicule vie mondaine, lui qui, dans le fond, restait un homme du peuple –, c’était l’exutoire d’une nature excessive. Oh ! je sais bien, Camille, trop souffert par lui. […] Le temps remettra tout en place. Lettre d’Eugène Blot à Camille Claudel (3 septembre 1932). Rivière e.a. 2000, pp. 283-284.

© tekst 2015 Karin Haanappel

Desipientia jaargang 22 nummer 1 voorjaar 2015

Dit artikel is verschenen in Desipientia, kunsthistorisch tijdschrift van de Radboud Universiteit Nijmegen (jaargang 22 / nummer 1/ voorjaar 2015)

Om de pdf te downloaden, ga naar https://universiteitutrecht.academia.edu/KarinHaanappel

Update boek Camille Claudel – zomer 2015

Wonderlijk hoe dingen kunnen lopen ……

Vorig jaar zomer was ik druk bezig met het schrijven van mijn biografie over Camille Claudel en nu weer. Op haar 150e geboortedag – 8 december 2014 – zou ik dit boek presenteren in het Singer Museum in Laren. Zoals iedereen inmiddels weet, was deze presentatie zeer geslaagd met een bomvolle zaal enthousiaste toehoorders en heb ik vele nieuwe feiten over Camille kunnen onthullen. Een tastbaar boek was er die avond niet. Ook dat is inmiddels bekend. In de afgelopen maanden heb ik veel colleges, lezingen en studiedagen gegeven en daardoor effectief weinig kunnen schrijven. Ondertussen werden de inzichten steeds helderder en de bewijzen steeds groter. Het is nooit zomaar dat dingen gebeuren zoals ze gebeuren. Het uitstel van dit boek heeft redenen, die ook voor mij niet altijd direct te begrijpen zijn en soms zelfs frustreren! Opmerkelijk is het dat ook Musée Camille Claudel in Nogent-sur-Seine met uitstel te maken heeft en Maison Camille et Paul en Tardenois.

Camille Claudel 1884 Info

Loslaten en doorgaan is het enige wat ik kan doen en ook zal doen. De eerste twee hoofdstukken zijn herschreven, de andere volgen de komende weken. Ik probeer het heel secuur te doen, wat uiteraard de nodige tijd kost. Daarna gaan de proeflezers er doorheen. Als we tevreden zijn over de tekst, wordt de opmaak gedaan. Zodra deze klaar is, zal het nog een keer doorgelezen en gekeken worden voordat het naar de drukker gaat en we de opmaakproef kunnen gaan goedkeuren. Ik houd jullie op de hoogte!

Ondertussen kunnen jullie Camille Claudel blijven volgen op Facebook: op de Nederlandse boekpagina www.fb.com/camilleclaudelstatuaire en op de Engelstalige pagina plaats ik nagenoeg iedere dag een kunstwerk: www.fb.com/camilleclaudelinfo 

Fijne zomer voor iedereen!

© Karin Haanappel, 19 juli 2015

 

Buste voor meer dan 1 miljoen euro verkocht bij Sotheby’s, Camille verdiende een schijntje

Woensdagavond 24 juni 2015 vond de Impressionist & Modern Art Evening Sale van Sotheby’s London plaats, lot nummer zeven was een bronzen beeld van Camille Claudel: Buste d’Auguste Rodin, die eigenhandig door Camille in 1897 is voorzien van een caduceus (de magische, met twee slangen omwonden, staf van Hermes – Mercurius, de boodschapper van de goden). De verwachting was dat het beeld tussen de 400.000 en 600.000 Britse ponden zou opbrengen. Boven alle verwachting is het lot nummer gesloten op 821.000 GBP, omgerekend 1.153.420 EUR. Dat is een hoop geld en het is geweldig te constateren dat de werken van Camille Claudel vandaag de dag zoveel opbrengen. Eindelijk krijgt zij de erkenning die zij verdient. Om het geheel in perspectief te plaatsen, is het belangrijk om te bedenken dat de zeer getalenteerde beeldhouwster aan dit beeld amper iets heeft overgehouden.

Buste de Rodin by Camille Claudel 1897

In september 1897 voert Camille Claudel enkele uitgebreide vraaggesprekken met de journalist/schrijver Matthias Morhardt voor zijn omvangrijke artikel Mademoiselle Camille Claudel dat zal verschijnen in de Mercure de France van maart 1898. Morhardt kan tegenwoordig gezien worden als Camille’s eerste biograaf. Hij onderscheidt haar beelden van die van Rodin en schrijft haar vol vuur en passie een bevoorrechte positie toe. Mademoiselle Camille Claudel heeft een Art Nouveau (Nieuwe Kunst) gecreëerd: het is goud dat zij heeft gevonden. Het is goud dat haar toebehoort.

In dezelfde tijd dat de interviews plaatsvinden, krijgt Camille dankzij Morhardt de opdracht van de Mercure de France om een aantal bustes van Rodin in brons te realiseren. Ze laat dit aan Rodin weten in een brief. Monsieur Rodin […] Ik neem de gelegenheid te baat om een beetje over mijn zaken te praten. Onlangs heeft Morhardt tien borstbeelden van u in brons door de Mercure de France bij mij laten bestellen, die voor 300 franc per stuk door de krant zullen woorden verkocht; maar ik krijg daarvoor 280 franc om de bronsgieter te betalen en bovendien het werk van de graveur te doen, dat wil zeggen, de naden weghalen en een caduceus graveren. Ik had deze opdracht aangenomen zonder dat ik me realiseerde hoeveel werk het voor mij betekende, maar alleen al het graveren van de caduceus kost me een hele dag en dan nog vijf à zes dagen om de naden naar behoren weg te werken: wilt u alstublieft tegen Morhardt zeggen dat ik niet door kan gaan met die bustes, ik kan er geen 1000 franc uit eigen zak bijleggen en me daarna laten uitmaken voor geldverkwister, en dit soort opdrachten zijn eerder bedoeld om de mensen wijs te maken dat ze volop werk hebben, dan om ze daadwerkelijk te helpen. […] Ik loop grote kans dat ik van alle moeite die ik doe wel nooit de vruchten zal plukken. […].
Op 2 december 1897 schrijft Rodin haar een lange brief terug. […] Toon uw prachtige werk. Er bestaat gerechtigheid, gelooft u me. Men wordt beloond en gestraft. Een genie als het uwe is zeldzaam. […] Die bronzen, daar moet u aan doorwerken zonder caduceus, zonder de naden weg te werken, dat is uw zaak niet. […].

Caduceus by Camille Claudel on the buste de Rodin

Camille volgt de raad van Rodin op want er zijn slechts een paar beelden bekend die de caduceus daadwerkelijk dragen en het beeld dat bij Sotheby’s geveild is, hoort tot deze zeldzame exemplaren. Dat maakt de prijs natuurlijk hoger, maar een miljoen euro vergeleken bij alle moeite die Camille erin heeft gestoken en wat zij ervoor heeft ontvangen, is natuurlijk wrang. Uiteraard moeten we zo niet denken en er een positieve wending aan geven. Er bestaat gerechtigheid, om de woorden van Rodin te herhalen, eindelijk krijgt Camille Claudel een positie in de kunstwereld waar zij volledig recht op heeft. Le temps remettra tout en place. We citeren niet langer Rodins woorden: Ik heb haar getoond waar zij het goud zou vinden: maar het goud dat zij vindt, behoort aan haar. We citeren vanaf nu Morhardts woorden: Mademoiselle Camille Claudel heeft een Art Nouveau (Nieuwe Kunst) gecreëerd: het is goud dat zij heeft gevonden. Het is goud dat haar toebehoort. Daarbij hoort Camille Claudel beschouwen als een zelfstandig statuaire (beeldhouwer) en niet langer als leerling van Rodin want zij was zoveel meer dan dat.

© Karin Haanappel
24 juni 2015

Impressionist & Modern Art Evening Sale

24 JUNE 2015 | 7:00 PM BST | LONDON

LOT 7 – CAMILLE CLAUDEL – BUSTE D’AUGUSTE RODIN
PROPERTY FROM A PRIVATE COLLECTION
Estimate  400,000600,000 GBP (561,958 – 842,938 EUR)
LOT SOLD. 821,000 GBP (1,153,420 EUR) (Hammer Price with Buyer’s Premium)

DETAILS
Camille Claudel
1864 – 1943
BUSTE D’AUGUSTE RODIN
inscribed Camille Claudel and incised with the caduceus mark
bronze
height: 40cm. (15 3/4 in.)
Conceived in 1886-92 and cast in bronze in an edition of 16 during the artist’s life-time. The present work was cast by François Rudier, Paris and bears the caduceus mark chased by Claudel.

AUTHENTICATION
The authenticity of this work has been confirmed by Reine-Marie Paris and Danielle Ghanassia.

PROVENANCE
(probably) Daniel Baud-Bovy, Geneva
Alfred Baud, Geneva (by descent)
Private Collection, Belgium (acquired in 1990. Sold: Brussels Art Auctions, Brussels, 19th June 2012, lot 276)
Purchased at the above sale by the present owner

LITERATURE
Edmond Pottier, ‘Les Salons de 1892’, in Gazette des Beaux-Arts, Paris, 1892, mentioned p. 34
Gustave Geffroy, ‘Le Salon de 1893’, in La Vie Artistique, Paris, 1893, mentioned p. 337
Henri de Braisne, La Revue Idéaliste, Paris, October 1897
Mathias Morhardt, Mercure de France, Paris, March 1898, mentioned pp. 729-730
Robert Descharnes & François Chabrun, Auguste Rodin, Lausanne, 1967
Alain Beausire, Quand Rodin exposait, Paris, 1988, other casts listed pp. 116, 118, 125, 159, 228 & 242
Reine-Marie Paris & Arnaud de La Chapelle, L’Œuvre de Camille Claudel, Paris, 1990, no. 24, illustration of another cast p. 121; detail of the present cast illustrated p. 122
Gérard Bouté, Camille Claudel. Le miroir et la nuit, Paris, 1995, illustration of another cast p. 69; other casts listed p. 226
Anne Rivière, Bruno Gaudichon & Danielle Ghanassia, Camille Claudel, catalogue raisonné, Paris, 2001, no. 22, illustration of another cast p. 85
Antoinette Le Normand-Romain, Camille Claudel & Rodin: Time will Heal Everything, Paris, 2013, illustration of another cast p. 28

CATALOGUE NOTE
An intense portrayal of her fellow sculptor and lover, Camille Claudel’s Buste d’Auguste Rodin is a testament to the artistic and personal relationship between two important figures who influenced the development of modern sculpture. Claudel moved to Paris in the early 1880s from her family’s farm in northern France to pursue a career in the plastic arts. She was not even twenty years old when the sculptor Paul Dubois introduced her to Auguste Rodin and within a year she became an apprentice in his studio, as well as his muse, confidante and lover. Claudel and Rodin worked together for over a decade, during which time she flourished both as an indispensable figure in Rodin’s studio and a virtuosic sculptor in her own right. Antoinette Le Normand-Romain commented: ‘Her sculptures were modelled with the extraordinary accuracy and intensity of expression which had characterised Rodin’s work throughout the 1880s, whilst perhaps endowing them with more powerful emotion, as her work was the direct expression of her feelings’ (A. Le Normand-Romain, op. cit., p. 35).

rodin 5

While Rodin executed several portraits of his companion, Claudel only produced the present bust image of Rodin and a charcoal drawing (fig. 1). This unembellished and intense, almost wild portrayal stands in sharp contrast to the sensuous, soft renderings that Rodin produced of his muse (fig. 2). Antoinette Le Normand-Romain described the present composition as: ‘a thin-faced, youthful Rodin, whose broad forehead and strong nose give the very image of strong will and the power of creation. This “patient” and “thoughtful” work, characterised by a very in-depth analysis of his physiognomy, was carried out in 1888-1889; it was abandoned and then taken up again, because Rodin seldom posed’ (ibid., p. 27).

rodin 6

Claudel executed three plaster versions of this work, two of which are at the Musée Rodin, Paris and one at Musée de Roubaix, as well as a wax-patinated plaster, now at the Musée Ziem, Martigues. The first bronze, which was originally owned by Rodin and is now at the Musée Rodin in Paris, was cast by AD Gruet Ainé in 1892 and was exhibited at the Société Nationale des Beaux-Arts that year. Subsequently 15 further casts were commissioned by Mercure de France and were cast by François Rudier in Paris. Several of these casts are now in public collections: Musée Municipal, Guéret; Musée d’Art et d’Archéologie, Aurillac; Musée du Petit-Palais, Paris; California Palace of the Legion of Honor, San Francisco and Museo Soumaya, Mexico City. Claudel had an agreement with Mercure de France that she would chase the caduceus sign – in ancient Roman mythology the winged staff entwined by two serpents carried by Mercury, the messenger of the gods. However, eventually she only chased the sign on the first few casts, and the present work is one of only three known casts to bear the caduceus.

NB. Er staan een aantal onvolkomenheden in de catalogue note, maar die worden in mijn boek Camille Claudel statuaire rechtgezet.

rodin 4a